Ze verdienen minder, hebben minder promotiekansen en dus zijn ze minder aanwezig in de beleidscenakels van de ziekenhuizen. De klachten zijn niet nieuw en trouwens volkomen terecht. Enigszins merkwaardig is wel dat er in een zachte sector die volop feminiseert zo weinig aandacht voor is. Als Artsenkrantredactie doen we aan positieve discriminatie. Althans, dat pogen we toch door (jonge) vrouwelijke artsen een stem te geven. In de praktijk blijkt dat niet zo eenvoudig. Vrouwelijke gesprekspartners blijven de spreekwoordelijke witte raven. Eén voorbeeld: de artsensyndicaten. Een vergrootglas hebben we nodig om bij de BVAS en het Kartel vrouwen te vinden die iets willen zeggen. Wat minder dramatisch, maar toch, is de situatie bij Domus Medica.

Wij als redactie willen graag meer genderevenwicht

Het laatste wat we wensen is dat vrouwelijke artsen pas aan bod komen als ze 'vermannen'. Dat is nochtans een veel gehoord verwijt: vrouwen raken pas in topfuncties als ze zelf deel gaan uitmaken van de heersende machocultuur. Terwijl van hen juist een heilzame invloed wordt verwacht. 'Heilzaam' impliceert bijvoorbeeld: vergaderen tijdens kantooruren, geen avondlijke marathons meer, aandacht voor zachte waarden, minder of geen haantjesgedrag.

Wat is er aan de hand? Zijn vrouwelijke artsen niet geïnteresseerd? Zijn ze niet assertief genoeg? Wij als redactie willen graag meer genderevenwicht. Maar willen de vrouwelijke artsen dat eigenlijk zelf wel? Of stel ik nu als - toegegeven - oude blanke man de foute vragen en stapel ik de clichés huizenhoog op?