Dokter Erika Vander Meersch stond er zaterdag jl. op het symposium van het Vlaams Artsenverbond andermaal bij stil. In de hoofdstad van Vlaanderen kan je maar beter een mondje Frans spreken. Dat is niet iedereen gegeven en zeker in medische noodsituaties is het gewoon wraakroepend dat Nederlandstalige patiënten bijna nergens in hun moedertaal terechtkunnen. De media schreeuwen moord en brand over het belang van taal(cursussen) bij de inburgering van migranten. Als het gaat over de gezondheidszorg van Nederlandstaligen in Brussel is taal blijkbaar minder een issue.

Zorgverlening in eigen taal is een elementair recht

In de Vlaamse rand is het, een aantal (faciliteiten)gemeenten niet te na gesproken, met de dagdagelijkse medische zorg niet zo penibel gesteld. Zolang je tenminste geen beroep moet doen op MUG, ziekenwagen of spoeddienst.

De verhalen zijn legio van Nederlandsonkundige ambulanciers die tot diep in het Pajottenland verloren rijden en zo kostbare tijd verliezen. Ondertussen wordt bijvoorbeeld de spoed van het AZ Sint-Maria in Halle, de meest zuidelijk gelegen stad van Vlaanderen, overspoeld door Franstalige patiënten.

Afgelopen zaterdag spraken de droge cijfers voor zich. Dokter Vander Meersch trok niet echt verbaal aan de alarmbel. Vraag is ook of dat nog zinvol is. De wet is al lang ingehaald door de realiteit. Blijkbaar ligt geen hond met een hoed op daar nog wakker van. Nochtans is zorgverlening in eigen taal een elementair recht. Nochtans zouden alle politici, en vooral van partijen die Vlaanderen hoog in het vaandel dragen, daar vast en zeker wél wakker van moeten liggen.