De arts wil dit soms bespreken of voorleggen aan collega's, instanties zoals de Provinciale Geneeskundige commissie (PGC), of de lokale kring van artsen en/of apothekers.

De privacywet bepaalt dat voor elk gebruik van persoonlijke data de eigen toestemming van de patiënt is vereist vooraleer enige vorm van communicatie mogelijk is. In hoeverre een therapeutische arts-patiënt relatie met een GMD - die per definitie een algemene toestemming inhoudt - volstaat, is niet duidelijk.

Enerzijds bepaalt het artikel 422 bis van het SWB omtrent het 'Schuldig Verzuim' dat het strafbaar is wanneer men geen hulp heeft geboden aan iemand die in groot gevaar verkeert en wiens menselijke integriteit dreigt beschadigd te worden. Hetzij dat men dat gevaar zelf heeft vastgesteld, hetzij dat dit is beschreven werd door diegene die zijn hulp heeft ingeroepen.

In dit spagaat van moeten, mogen en kunnen informatie uitwisselen over een patiënt is het zeer moeilijk geworden om precies te weten wat en hoe men nog kan communiceren

Anderzijds bepaalt het artikel 458 SWB omtrent het 'Beroepsgeheim' dat een gezondheidswerker o.a. arts of apotheker strafbaar is wanneer hij geheimen en/of vertrouwde informatie bekend zou maken, geheimen waarvan hij uit hoofde van zijn staat of beroep kennis draagt.

Uiteraard zijn er de uitzonderlijke situaties die evenzeer bij wet zijn bepaald, waaronder de getuigenis in rechte waarbij de arts zelf kan beslissen of hij zijn beroepsgeheim opheft of niet. Zo kan een arts in heel uitzonderlijke omstandigheden de "Noodtoestand" inroepen waarbij een dreigend toekomstig drama absoluut tot de mogelijkheden behoort en alles zonder resultaat is gebleken wat werd ondernomen om dit drama te vermijden.

Ook hier zou desgevallend het beroepsgeheim kunnen worden opgeheven. De noodtoestand is een uitzonderlijke situatie waarin het schenden van het beroepsgeheim en van juridische waarden en belangen die strafrechtelijk beschermd zijn, het enige middel is om andere, hogere juridische waarden en belangen te behoeden.

In dit spagaat van moeten, mogen en kunnen informatie uitwisselen betreffende een patiënt is het zeer moeilijk geworden om precies te weten wat en hoe men nog kan communiceren. Meer specifiek is het zeer moeilijk als het bv. een patiënt betreft die een belangrijke verslavingsproblematiek vertoont en men weet heeft van belangrijke medical shopping. Deze patiënt is veelal niet meer in staat om zelf zijn toestemming te geven. Wanneer de betrokken patiënt hierover wordt aangesproken kan de apotheker weigeren de gevraagde verdovingsmiddelen af te leveren met het risico dat de patiënt vertrekt en zich wendt tot een andere apotheker die geen weet heeft van zijn onderliggende problemen.

Idem dito voor de arts, wanneer hij een vermoeden heeft van misbruik van verslavende middelen, deze patiënt hierover aanspreekt en weigert de gevraagde hoeveelheid middelen voor te schrijven. De patiënt zal zich dikwijls heel erg ergeren, vertrekken en een andere arts opzoeken om toch zijn voorschriften te krijgen.

De vraag naar oplossingen en bruikbare praktische interpretaties voor begrippen als 'schuldig verzuim' en minstens even belangrijk voor het begrip 'noodtoestand' zijn echt actueel

Een dergelijke patiënt zit met zijn ernstig verslavingsprobleem, heeft absolute nood aan bijstand, advies en opvolging en verkeert veelal in een toestand waarbij hij zelf niet meer volledig autonoom kan beslissen over hulp en informatieverstrekking. Hij leeft in een grijze gevarenzone, een soort noodtoestand, een toestand waarbij zijn gezondheid wankelt en zijn eigen menselijke integriteit op het spel staat en hij in sommige gevallen een gevaar betekent voor zichzelf, voor de maatschappij en voor zijn naasten.

Een recente LOK-bijeenkomst van onze huisartsenkring samen met de lokale apothekers heeft dit probleem duidelijk op scherp gezet. De vraag naar oplossingen en bruikbare praktische interpretaties voor begrippen als 'schuldig verzuim' en minstens even belangrijk voor het begrip 'noodtoestand' zijn echt actueel.

Wellicht kunnen de Ordes van artsen en apothekers zich hierover buigen om hun leden te helpen de juiste beslissingen te nemen in het belang van een patiënt die in absolute nood verkeert en met respect voor de wetten van privacy en beroepsgeheim en voor de deontologische principes. Of de wetgever aanpassingen aan de regelgeving dient te formuleren laat ik in het midden. Duidelijkheid is de boodschap en de arts en de apotheker zijn er om hun patiënten bij te staan en te helpen, maar daar moeten ze de kans toe krijgen.