Het zijn opmerkelijke cijfers uit een enquête onder 250 assistenten - een derde van het totaal - aan de UZ Gent. Sinds begin 2018 bestaat wettelijk de mogelijkheid om een deeltijdse opleiding tot arts-specialist te volgen.

Representatief

"Het thema leeft heel erg bij de artsen in opleiding", zegt dokter Bas Bruneel, voorzitter van de Gentse assistentenvereniging. Vandaar het idee om een enquête over de deeltijdse opleiding te organiseren. Dat gebeurde eind februarimedio maart. "Verrassend snel zaten we aan de vereiste 250 antwoorden. Allicht betekent dit dat enkel de echt geïnteresseerden hebben geantwoord. Dat zorgt ook wel voor een bias."

Twee derde van de antwoorden komen van vrouwelijke artsen en het leeuwendeel van assistenten tijdens hun eerste drie opleidingsjaren. De grootste disciplines - zoals interne geneeskunde, pediatrie, gynaecologie... - zijn goed vertegenwoordigd. Dokter Bruneel beschouwt de enquête dus als representatief.

'Modeverschijnsel'

Er blijkt uit dat 200 van de 250 Gentse assistenten (80%) positief staan tegenover het principe van de deeltijdse opleiding. Een even groot aantal brengt begrip op voor collega's die pro een deeltijdse opleiding zijn. En op de vraag of ze daarvoor zelf zouden opteren, antwoordt bijna de helft ja en 22,8% met "ik weet het nog niet".

Indrukwekkende cijfers. Verwonderd is dokter Bruneel niet. "Als we de enquête voorstellen dan doen vele oudere collega's het af als een 'modeverschijnsel'. Jongere stafleden - 30 à 40-jarigen - daarentegen stellen dat het ook tijdens hun opleiding leefde. Ook toen waren depressies, burn-out, tot suïcidaal gedrag toe al een probleem. Alleen... Niemand durfde het te zeggen. De tijd dat een arts 100 uur per week werkte en 24/24 beschikbaar is, is wel definitief voorbij."

Vier vijfde

De meeste assistenten in deze peiling - mannen 75,9%, vrouwen 86,7% - opteren voor een vier vijfde-opleiding. Bas Bruneel: "Mogelijk wil men liever geen opting-out naar 60 uur meer." De assistenten die in het derde en vierde jaar zitten, willen 'zo snel mogelijk' - tijdens de eerste drie jaar - een deeltijdse opleiding. De artsen die in het eerste tot derde jaar opleiding zitten, opteren eerder voor een deeltijdse opleiding in de latere jaren.

"Niet weinig assistenten, 36 op 113 namelijk", voegt Bruneel eraan toe, "willen de volledige duur van de opleiding op deeltijdse basis doen. Een meerderheid is voorstander van een beperking in de tijd. De helft opteert voor een deeltijdse opleiding gedurende één à twee jaar."

Schrik voor de stagemeester

De belangrijkste reden om voor een deeltijdse opleiding te kiezen is veruit een verbetering van de 'work-life balance' (31,7%). Daarna volgen her-instap na vader/moederschapsverlof (21,2%) en ter preventie van/her-instap na een (dreigende) burn-out (16,7%).

De antwoorden op de vraag waarom men niet voor een deeltijdse opleiding zou kiezen, leren dat de schrik voor de stagemeester er nog goed inzit. Voor één Gentse assistent op de twee is dat een argument. Nog iets meer artsen (21,5%) willen vooral de opleiding zo snel mogelijk afmaken. Opmerkelijk is dat financiële redenen nauwelijks meespelen. "Van wat we verdienen, kunnen we zeker leven", aldus dokter Bruneel. "Het sociale welzijn, de work-life balance primeert."

Terloops wijst hij er nog op dat algemene heelkunde als enige discipline de deeltijdse opleiding verwerpt. "Het psycho-sociale welzijn speelt bij hen natuurlijk ook een rol maar allicht primeert het 'macho' imago van de chirurgen nog", dixit Bruneel.

Zorgcontinuïteit

Wettelijk is bepaald dat de mogelijkheid tot deeltijdse opleiding bespreekbaar moet zijn met de stagemeester en dat het de zorgcontinuïteit uiteraard niet in het gedrang mag brengen. Erg ingeburgerd is het alvast nog niet. Dokter Bruneel heeft enkel weet van een collega die een deeltijdse opleiding wil beginnen op een dienst pediatrie. Dokter Bruneel: "Er zijn wel voorwaarden aan verbonden. Deeltijds kan dan enkel op het einde van de opleiding, enkel voor de polikliniek en dus niet voor de zaalactiviteiten. De wachten moeten hetzelfde blijven en er is een akkoord nodig van de collega-assistenten." Onderling overleg is dus aangewezen zoals in het KB voorzien. Bruneel. "Het kan uiteraard niet dat een arts bijvoorbeeld systematisch afwezig is op maandag terwijl dan meestal de opnames plaatshebben. Of op vrijdag wanneer patiënten doorgaans ontslagen worden. Of dat hij/zij elke dag om 16 uur naar huis gaat. Enkel volledige dagen kunnen en assistenten dienen ook opname en ontslag te leren kennen. Uiteraard zijn hiervoor lokale afspraken per dienst nodig."

Jens Tijtgat