...

Op 14 oktober hebben de gemeenteraadsverkiezingen plaats. Vandaag trekt Artsenkrant de campagne op gang. Gedurende vijf weken laten we politiek actieve artsen aan het woord. En zo zijn er nogal wat. N-VA bijvoorbeeld brengt meer dan 70 artsen in stelling. Aan de andere kant van het politieke spectrum zijn dokters in de Partij Van de Arbeid - Geneeskunde voor het Volk - eveneens goed vertegenwoordigd. Waarom storten artsen zich op de lokale politiek? Wat is hun meerwaarde en in welke mate speelt gezondheidszorg een rol op gemeentelijk vlak? We vroegen het professor Johan Ackaert (UHasselt) als politicoloog gespecialiseerd in lokaal bestuur. Vooreerst wijst hij erop dat naambekendheid voor een politicus een belangrijke troef is. En (huis)artsen zijn lokaal bekend. "Ze kennen veel patiënten, zijn geloofwaardig en doen binnen hun beroep aan dienstverlening. Mensen appreciëren dat. Artsen, vooral huisartsen, voelen aan wat er in een gemeente leeft en wat mensen als gezondheidsbedreigend aanvoelen. Ze worden geconfronteerd met miserie, met psychosociale problemen, enz. Zo zijn ze zeer goede antennes voor de plaatselijke gemeenschap. Die signaalfunctie nemen ze mee in hun politieke activiteiten." Traditioneel scoren N-VA en Open VLD erg goed bij het medisch korps. "Dat is logisch", aldus professor Ackaert. "Alle regelgeving ten spijt is het artsenberoep nog altijd een liberaal beroep. Dokters zijn economisch liberaal. Ze willen zelf kunnen beslissen, willen niet terugvallen op anderen en... ze betalen veel belasting. Dat ent zich op de algemene trend dat rechtse partijen goed scoren bij de bevolking." De ideologische reden, de eigen beroepssituatie, is volgens Ackaert ook de belangrijkste reden waarom N-VA een echte dokterspartij is. "Nog een erfenis van de Volksunie? Dat is ondertussen een generatie geleden. Ik denk niet dat het nu nog erg meespeelt."