...

Welke toekomst hebben de zorgtrajecten (ZT)? Hoe kan men de verschillende zorgverleners nog beter betrekken bij de multidisciplinaire samenwerking? Blijven de ZT gebonden aan een pathologie of worden het meer sjablonen voor chronische zorg in het algemeen? Het zijn vragen die in de nabije toekomst een antwoord zullen krijgen. Maar dat antwoord is afhankelijk van de officiële evaluatie die eerst zal worden gemaakt.Twee onderzoekenVoor de wetenschappelijk evaluatie moesten huisartsen die aan ZT deelnamen, nu een goed jaar geleden, een aantal medische gegevens over de betreffende patiënten aan het WIV meedelen. Die werden anoniem verwerkt in een onderzoek. Maar dat evaluerend onderzoek is nog niet rond.Het Riziv bestelde daarnaast een onderzoek dat de werking van de LMN's moest doorlichten. Dat is intussen wel afgerond. Het onderzoek van prof. Leys moest de verwachtingen van de verschillende actoren afbakenen en de ervaring met de multidisciplinaire samenwerking in kaart brengen. Aan de hand daarvan moest het de obstakels identificeren en nagaan wat de factoren zijn die de samenwerking faciliteren.Geen prioriteitUit de bevraging van huisartsen komt tevoorschijn dat de reflex om de boot af te houden, toch nog sterk is. De bijkomende administratie schrikt hen af. "Bij een aantal van hen stel je toch nog een gebrek aan kennis vast", stelt Leys. "Ze vinden het vaak een interessant project, maar denken dat het nog niet echt onmisbaar is voor hun praktijk. Ze zijn niet tegen de ZT, maar ze zien ze niet als een prioriteit."Bij specialisten is het wantrouwen tegen de ZT weliswaar groter. Dat is vooral het geval als in een regio van de LMN nogal wat ziekenhuizen zijn en het moeilijk is om die alle, samen met de betrokken ziekenhuisartsen, bij de ZT te betrekken.