...

Vooreerst wijst de Orde erop dat het informeren van de sekspartner van een patiënt met het oog op vroegtijdige diagnose en behandeling tot de kern van gezondheidsbescherming en -preventie behoort. Dat geldt natuurlijk ook voor soa's. Het voorkomt een verdere verspreiding en het zorgt ervoor dat de sekspartner zich vroegtijdig kan laten behandelen. Bovendien verkleint het de kans op (her)infecties.De meest geëigende manier van werken is dat de arts de patiënt aanspoort om zijn partner te verwittigen. Daarbij geeft hij uitleg en helpt hij bij het concretiseren van de boodschap. Dat valt uiteraard te verkiezen. Maar, stelt de Orde in dit advies, er zijn situaties waarbij de patiënt om persoonlijke redenen geen rechtstreeks contact wil opnemen met zijn sekspartner(s). Die beslissing moet de arts respecteren. Hij kan de sekspartner in principe ook slechts verwittigen mits de patiënt daartoe zijn toestemming geeft. In de praktijk kan de behandelende arts de patiënt dan inlichten over de mogelijkheid om een brief voor soa-screening te versturen zonder dat daarin de identiteit van de patiënt vermeld wordt. De patiënt moet dan wel zijn toestemming geven en de arts vermeldt het in het medisch dossier. Ook als de verwittigde sekspartner aandringt, mag de arts de identiteit van zijn patiënt niet vrijgeven. Al kan niet voorkomen worden dat de sekspartner zelf de identiteit van de patiënt achterhaalt.De Orde waarschuwt dat de brief paniek kan veroorzaken bij de verwittigde sekspartner en dat hij een impact kan hebben op de persoonlijke levenssfeer van de patiënt. Ze wijst er tot slot ook op dat dit alles de arts niet ontslaat van de wettelijke verplichting om bepaalde overdraagbare aandoeningen aan te geven.