Het begint al met het toelatingsexamen; ook de opleiding stelt hoge eisen aan jonge mensen. Competitie maakt daar inherent deel van uit. Of een arts het specialisme van zijn dromen uitoefenen mag, hangt deels af van punten en onderscheidingen. Niets mis met de drang om de beste te zijn. Helaas. Er zijn excessen, zo leert een recent debat over de work/life-balance van de Vlaamse geneeskundestudenten. Wat te denken van het opzettelijk doorgeven van cursussen met fouten...

Hard werken. Tijdens de stagejaren is het een understatement. Een opleiding van 60 uur - in het beste geval 48 uur - en bikkelhard in de weer zijn, is wel niet bevorderlijk voor een goede balans tussen werk en privéleven. Het heet echter dat arbeidsethos deel uitmaakt van de Vlaamse cultuur en dat het jonge artsen voorbereidt op het latere beroepsleven.

Er zijn indicaties dat de instroom aan vrouwelijke artsen het machogedrag van de mannelijke collega's tempert

De keerzijde is dat stagiairs hierdoor vatbaarder zijn voor burn-out. Al zijn er natuurlijk nog andere redenen. Voor het eerst worden artsen in opleiding geconfronteerd met administratieve rompslomp. Sommigen hebben bovendien het gevoel aan hun lot te worden overgelaten, anderen ervaren een gebrek aan autonomie. De stagemeester heeft alvast geen eenvoudige opdracht. Een positieve sfeer is ook belangrijk. Wel zit het meteen goed fout als de stagemeester de assistente vraagt of ze een zwangerschap plant. Què? Anno 2018?

Gelukkig is het lang niet allemaal kommer en kwel. Er zijn indicaties dat de instroom aan vrouwelijke artsen het machogedrag van de mannelijke collega's tempert.

Zeer positief is ook dat de 'gestelde lichamen' begaan zijn met de problematiek. Een oude tante, de Orde, neemt zelfs het voortouw. Bijvoorbeeld met de onlangs 'ververste 'code. Artsen moeten aandacht hebben voor de eigen gezondheid en voor een goed evenwicht tussen beroeps- en privéleven.