Het begin van de zomervakantie! Tijd voor een uitstap naar zee, het pretpark, en naast de bomma en bompa ook de kinderpsychiater. Dit maak ik toch op uit de toename van het aantal aanmeldingen de afgelopen periode.

Tegenvallende schoolresultaten behoeven klaarblijkelijk een kinderpsychiatrisch nazicht. Net zoals bij de medische beeldvorming is er ook sprake van overconsumptie van kinderpsychiatrische 'beeldvorming'. Gezien schaarse middelen en agenda's moet ook hier rationeel mee omgesprongen worden. Ik wens daarom enkele overwegingen te schetsen alvorens een consultatie aan te vragen bij de kinderpsychiater.

De DSM-5 heeft met de term 'autismespectrumstoornis' mooi geïllustreerd dat men kinderpsychiatrische problemen dimensioneel moet benaderen. Iedereen heeft ASS-kenmerken, inclusief de schrijver van dit artikel. Evenwel wordt slechts bij een kleine minderheid ook een klinische diagnose gesteld.

Het stellen van een diagnose omvat ook meer dan enkel afvinken van gedragscriteria. Er moet met name sprake zijn van ernstig dysfunctioneren in verschillende domeinen van het leven. Indien een kind slechts in één context zorgwekkend gedrag vertoont is dit niet voldoende om een diagnose te stellen, maar volgt beter een niet-culpabiliserende analyse van de problemen aldaar.

Toekomstdiagnoses hebben ook weinig zin; "het gaat nu goed, maar wat als hij naar het middelbaar gaat?" is inderdaad een terechte zorg van ouders. Afwezigheid van ernstige problemen op het moment van de evaluatie leidt echter per definitie tot een negatieve diagnose en dus nodeloze verlenging van de wachttijden. Kinderen zijn in volle ontwikkeling en moeten de kans krijgen zich te bewijzen tot die start van het middelbaar.

Gedrag dient ook steeds vanuit een ontwikkelingsperspectief geïnterpreteerd te worden. Kleuters zijn notoire egocentristen en kunnen extreem volharden in het weigeren van nieuwe voeding. Quasi elk kind zal ageren wanneer een beloofd uitje niet doorgaat. De adolescentie gaat gepaard met het in vraag stellen van ouderlijk gezag, alsook leven en dood. Passieve doodswensen zijn meer regel dan uitzondering in deze kwetsbare periode. Stemmingswisselingen bij pubers zijn een gevolg van een discrepant ontwikkelingsprofiel van de limbische en prefrontale regio, en aldus een normaal fenomeen.

Met de vraag naar een kinderpsychiatrische diagnose worden soms moeilijke thema's uit de weg gegaan

De impact van de covid-19-pandemie zal nog moeten blijken, maar wat te denken van het verschroeiende tempo waarmee menig leerkracht goedbedoeld heeft getracht de schoolse achterstand ten gevolge ervan weg te werken? Wie kan zich wél nog focussen na uren naar een computerscherm te staren? Wie wordt niét verleid tot andere online activiteiten tijdens een digitale les?

Met de vraag naar een kinderpsychiatrische diagnose worden soms moeilijke thema's uit de weg gegaan. Gedragsproblemen kunnen een basis hebben of versterkt worden door een permissief of conflictvermijdend opvoedingskader. Ook doet scheiden lijden, en wordt vaak onvoldoende stilgestaan bij de impact hiervan op kinderen. Wat vermag de kinderpsychiater als ouders bekvechten in de wachtzaal?

Soms is er gewoon sprake van beperktere cognitieve mogelijkheden ('uw kind is niet zo slim als u had gehoopt'). Kinderen die intellectueel overvraagd worden zullen concentratieproblemen ervaren. In dat geval moet schoolse heroriëntering overwogen worden, eerder dan een diagnose en/of pilletje.

Ik wens uitdrukkelijk te benadrukken dat ontwikkelings- en kinderpsychiatrische stoornissen een ruime biologische en wetenschappelijke basis hebben en de algemene ontwikkeling en schoolse loopbaan van een kind beïnvloeden.

Echter graag meer begrip voor de temperamentvolle kleuter, puberende adolescenten die ouders het bloed van onder de nagels halen, de niet-bollebozen die liever met de handen werken, de jolige spring-in-'t-veld, de kieskeurige etertjes, de jongeren die afhaakten tijdens online -lessen, de kinderen die lijden onder veranderende gezinsconstellaties, alsook ouders die zoekende zijn in de aanpak van hun kinderen. Hulp kunnen ze zeker gebruiken. De vraag is of hiervoor een labeltje gewenst is.

Een meer doordacht doorverwijsbeleid zal het probleem van de wachtlijsten niet oplossen, maar alle beetjes kunnen helpen.

Het begin van de zomervakantie! Tijd voor een uitstap naar zee, het pretpark, en naast de bomma en bompa ook de kinderpsychiater. Dit maak ik toch op uit de toename van het aantal aanmeldingen de afgelopen periode.Tegenvallende schoolresultaten behoeven klaarblijkelijk een kinderpsychiatrisch nazicht. Net zoals bij de medische beeldvorming is er ook sprake van overconsumptie van kinderpsychiatrische 'beeldvorming'. Gezien schaarse middelen en agenda's moet ook hier rationeel mee omgesprongen worden. Ik wens daarom enkele overwegingen te schetsen alvorens een consultatie aan te vragen bij de kinderpsychiater. De DSM-5 heeft met de term 'autismespectrumstoornis' mooi geïllustreerd dat men kinderpsychiatrische problemen dimensioneel moet benaderen. Iedereen heeft ASS-kenmerken, inclusief de schrijver van dit artikel. Evenwel wordt slechts bij een kleine minderheid ook een klinische diagnose gesteld. Het stellen van een diagnose omvat ook meer dan enkel afvinken van gedragscriteria. Er moet met name sprake zijn van ernstig dysfunctioneren in verschillende domeinen van het leven. Indien een kind slechts in één context zorgwekkend gedrag vertoont is dit niet voldoende om een diagnose te stellen, maar volgt beter een niet-culpabiliserende analyse van de problemen aldaar. Toekomstdiagnoses hebben ook weinig zin; "het gaat nu goed, maar wat als hij naar het middelbaar gaat?" is inderdaad een terechte zorg van ouders. Afwezigheid van ernstige problemen op het moment van de evaluatie leidt echter per definitie tot een negatieve diagnose en dus nodeloze verlenging van de wachttijden. Kinderen zijn in volle ontwikkeling en moeten de kans krijgen zich te bewijzen tot die start van het middelbaar. Gedrag dient ook steeds vanuit een ontwikkelingsperspectief geïnterpreteerd te worden. Kleuters zijn notoire egocentristen en kunnen extreem volharden in het weigeren van nieuwe voeding. Quasi elk kind zal ageren wanneer een beloofd uitje niet doorgaat. De adolescentie gaat gepaard met het in vraag stellen van ouderlijk gezag, alsook leven en dood. Passieve doodswensen zijn meer regel dan uitzondering in deze kwetsbare periode. Stemmingswisselingen bij pubers zijn een gevolg van een discrepant ontwikkelingsprofiel van de limbische en prefrontale regio, en aldus een normaal fenomeen. De impact van de covid-19-pandemie zal nog moeten blijken, maar wat te denken van het verschroeiende tempo waarmee menig leerkracht goedbedoeld heeft getracht de schoolse achterstand ten gevolge ervan weg te werken? Wie kan zich wél nog focussen na uren naar een computerscherm te staren? Wie wordt niét verleid tot andere online activiteiten tijdens een digitale les? Met de vraag naar een kinderpsychiatrische diagnose worden soms moeilijke thema's uit de weg gegaan. Gedragsproblemen kunnen een basis hebben of versterkt worden door een permissief of conflictvermijdend opvoedingskader. Ook doet scheiden lijden, en wordt vaak onvoldoende stilgestaan bij de impact hiervan op kinderen. Wat vermag de kinderpsychiater als ouders bekvechten in de wachtzaal? Soms is er gewoon sprake van beperktere cognitieve mogelijkheden ('uw kind is niet zo slim als u had gehoopt'). Kinderen die intellectueel overvraagd worden zullen concentratieproblemen ervaren. In dat geval moet schoolse heroriëntering overwogen worden, eerder dan een diagnose en/of pilletje. Ik wens uitdrukkelijk te benadrukken dat ontwikkelings- en kinderpsychiatrische stoornissen een ruime biologische en wetenschappelijke basis hebben en de algemene ontwikkeling en schoolse loopbaan van een kind beïnvloeden. Echter graag meer begrip voor de temperamentvolle kleuter, puberende adolescenten die ouders het bloed van onder de nagels halen, de niet-bollebozen die liever met de handen werken, de jolige spring-in-'t-veld, de kieskeurige etertjes, de jongeren die afhaakten tijdens online -lessen, de kinderen die lijden onder veranderende gezinsconstellaties, alsook ouders die zoekende zijn in de aanpak van hun kinderen. Hulp kunnen ze zeker gebruiken. De vraag is of hiervoor een labeltje gewenst is. Een meer doordacht doorverwijsbeleid zal het probleem van de wachtlijsten niet oplossen, maar alle beetjes kunnen helpen.