Ik moet even denken aan de heisa rond de Vlaamse canon wanneer ik het crematorium verlaat en de hitte weer buitenstap. Stel dat men die Vlaamse canon als eindterm in het onderwijs oplegt dan pleit ik voor een canon van artsen en medische ankerpunten die men moet kennen bij het afstuderen als arts. Huisarts Katleen Keppens prijkt bovenaan mijn lijst. Met de foto van haar lachende zonnige gezicht zoals ze ons welkom heette in wat zij als haar afscheidsfeest voorstelde.

Feesten konden we vandaag niet, huilen durfden we niet uit ingetogen respect voor haar echtgenoot Bart. Zijn getuigenis zo aangrijpend sterk, zoals Katleen altijd was. Over haar en hun samenzijn, over haar engagement als arts en adoptiemama, over hun brieven die ze bleven schrijven naar elkaar en naar Suo. Hun nu dertienjarige sprak haar mama aan in de vele herinneringen aan ankerpunten in hun maar ook ons leven: "Mama, je vond het zo erg dat je niet meer voor je patiënten kon zorgen, met je collega's samenwerken, lesgeven aan die geneeskundestudenten en je idealen doorgeven". Het gesnik en zakdoekgesnotter dat op het einde uitbrak toen Suo vanop dat spreekgestoelte eerst naar haar mama keek dan terug naar haar papa stapte, duurde minutenlang.

Katleen, je begeesterde en inspireerde de studenten

"We hadden moeten rechtstaan en applaudisseren", zei een collega nadien, maar we konden niet. Voor ons was het afscheid te abrupt, nog zo verschrikkelijk erg. "Niet eerlijk dat jij die ziekte hebt," zegden sommigen, maar dat ontkrachtte Katleen meteen. '"Het lot, het toeval, er treft niemand schuld. Erg en verschrikkelijk bij wijlen, dat wel maar er is de maakbaarheid er iets aan en mee te doen. Als je weet dat je de 50 jaar niet zal bereiken, is het engagement tweemaal zo groot, het genieten van ieder moment ook".

Bijna 46 jaar is ze geworden. De laatste drie jaren alle complicaties en bijwerkingen van behandelingen doorgemaakt, ettelijke keren dat laatste moment beleefd, maar ze kwam telkens weer in ons midden. Tot het cognitief bijna niet meer mogelijk was en ze in de armen stierf van echtgenoot, dochter en collega-vriendin.

"Katleen ken ik als een heel fijne, constructieve collega met een diepe betrokkenheid en een eerlijke authenticiteit. Open voor samenwerking en met welgemeend respect", zo omschreef een collega haar en zo was ze in haar groepspraktijk, als praktijkopleider in het ICHO, in de huisartsenvereniging (HVG), de vakgroep huisartsgeneeskunde. "Haar overlijden betekent een groot verlies, niet alleen voor haar familie, voor haar collega's en haar patiënten maar ook voor gans de huisartsengroep voor dewelke zij zich steeds belangeloos heeft ingezet", schrijft een andere collega met wie ze in de "geschillencommissie" zat. Ze was mede-initiatiefnemer om collega's met aanklachten eerst te trachten verzoenen alvorens naar de Orde der Artsen te stappen en daar lukte ze als voorzitter wonderwel in. Zelfs tijdens haar hele ziekteperiode bleef ze die taak opnemen tot ze vorig jaar tenslotte noodgedwongen stilaan moest afhaken.

Katleen, vijf jaar geleden nam je mijn lessenpakket 'anticonceptie en seksualiteit' over. Je begeesterde en inspireerde de studenten, verrast hen met 'appetizers' zoals je dat noemde en stimuleerde hen tot reflectie. Ook het juiste taalgebruik vond je zo belangrijk. Zo sprak je steevast over SOI en niet over SOA, zoals ik. Die seksueel overdraagbare infectieziekten worden je niet 'aangedaan' en vooral je kan er iets aan doen! Preventie was ook een van je stokpaardjes...Daarom dat je zo graag het lessenpakket rond geplande en niet-geplande zwangerschap wou doceren. Het heeft niet mogen zijn. Toen ik dit academiejaar de lessen opnieuw zelf moest geven, wou ik dat met jouw powerpoint als leidraad. "Je zal jezelf erin herkennen als mijn oude leermeester, er is nauwelijks iets aan veranderd tenzij geactualiseerd en wat kleine hebbedingetjes en dadaatjes", smileyde je mij.

'SOI' was een van de powerpointtitels, met eronder: (door sommigen vroeger SOA geheten ), gevolgd door een smiley met een condoom.

Zondag 1 september. Het dagtemperatuurrecord is gisteren niet gebroken. Alles is koeler vandaag. In de aanloop van de 4de van de maand, mijn columndag, was ik van plan iets te schrijven over de Orde der Artsen die zich deze zomermaanden sterk manifesteerde. Ik vroeg me af of zo een Orde in een canon een plaats zou of kon krijgen, maar Katleen laat me niet los.

Wachten op een canon doe ik niet, schrijven over haar wil ik, zoals ze zelf schreef als herinneringsblad van haar boom, die ze ons gaf in het afscheidsprentje.

Ik ben een boom, jouw boom.

Je hoeft me geen water te geven,

want ik ben diep geworteld.

Je kan tegen me leunen als je moe bent,

of zelfs even onder me gaan zitten.

Je kan spelen in mijn takken,

ik zorg ervoor dat je niet valt.

Al mijn bladeren zijn voor jou.

En als mijn herfst komt

en al mijn herinneringsbladeren

vallen naar beneden,

hoef je ze niet te verzamelen

of weer aan te plakken.

Veeg ze gewoon een beetje bij mekaar,

kies diegene uit die je wil bewaren

en laat de andere rustig met de grond vergroeien.

©Katleen