Mannelijke artsen krijgen dan weer minder vaak te maken met seksueel ongewenst gedrag dan hun vrouwelijke collega's, maar toch ook drie op de tien. Een mogelijke verklaring voor dit verschil kan zijn dat sommige mannen geen of minder eigen ervaringen met dergelijk gedrag rapporteerden, omdat ze het niet als dusdanig benoemen. Bijvoorbeeld omdat dit als zwak of kwetsbaar zou kunnen overkomen.

Zorgverleners mogen niet het gevoel krijgen dat het tolereren van seksueel ongewenst gedrag, hoort bij een professionele houding

Opvallend is dat seksueel ongewenst gedrag ook gebeurt door artsen. Toch twee op de tien vrouwelijke artsen krijgen ermee te maken. Dat leidt ons tot de aanpak van dergelijk gedrag. Als iedereen op de werkvloer ervaart dat seksueel ongewenst gedrag door patiënten streng aangepakt wordt door de werkgever, zou het misschien ook minder voorkomen onder collega-artsen.

Verder blijkt meer dan de helft van de ondervraagde te vinden dat klachten over seksueel ongewenst gedrag niet steeds serieus genomen worden. Samen met het gegeven dat seksueel ongewenst gedrag te veel getolereerd wordt, kan dit een lans breken voor meer aandacht voor de problematiek op de werkvloer. Zorgverleners mogen immers niet het gevoel krijgen dat het tolereren van seksueel ongewenst gedrag, hoort bij een professionele houding.