Deel 9

29/01/18 om 10:50 - Bijgewerkt om 10:50

Eindelijk mag het dure prestatieboekje verdwijnen. En toch maakte de eerste zucht van verlichting al vlug plaats voor een simpele zucht. Eens te meer.

Deel 9

© RV

Dat papier verdwijnt om er ander in de plaats te krijgen zijn we in onze samenleving en meer in het bijzonder in de artsenpraktijk al lang gewoon. Dat na twee dagen de patiënt de centen netjes op zijn rekening kan krijgen, is voor de meeste artsen toch wel een heel nieuw gegeven. Wat kan voor de patiënt kan nog altijd niet voor de artsen ondanks aarzelende beterschap. De derdebetalersfacturen variëren tussen de drie dagen en de 14 dagen. De 'errors' blijven wel eeuwig. En andere uitbetalingen zoals praktijktoelagen gaan nog steeds tot meer dan 20 maanden.

De discussie wordt spannender als de optie van de foutbepaling verschuift van ziekenfonds naar huisarts. Bij de patiënt kan die nooit liggen want die verliest dat prestatieformuliertje nooit, maar nu kan ook het ziekenfonds geen fouten meer maken: alleen de huisarts kan die dus nu nog maken.

Omdat diezelfde huisarts nog niet erg kan overlopen van vertrouwen in de IT wanneer dagelijks allerlei fouten zelfs normaal werken tegenhouden, hebben vele artsen terecht schrik dat een en ander opnieuw een extra (tijds)kost betekent in de administratie.

Iemand durfde het aanhalen dat bepaalde werkingskosten van 1.000.000.000 euro nu ook drastisch kunnen dalen. Een ziekenfonds gaat in de aanval. Een gedeconventioneerde arts die durft spreken over besparing zou géén goede zaak zijn voor de patiënt. Én het geroemde citaat van Francis Bacon (Money is a great servant but a bad master) wordt in één pennestreek van al zijn glorie ontdaan.

Want het is eruit: eindelijk en letterlijk. In de ogen van het ziekenfonds zitten de kwaliteiten van een jarenlange arts-patiëntvertrouwensrelatie louter in de geldbeugel. Zonder pardon.

Ziekenfondsen geven minder dan de helft van de uren vrij die de meeste artsen werken voor het administratief contact met de patiënten terwijl artsen 12 uren per dag werken, aangevuld met het overgenomen administratief werk van de ziekenfondsen, nog aangevuld met de avondlijke en weekendwachten. En de artsen mogen bovendien de maatschappelijke kost van medische verzorging van zogenaamde illegalen volledig dragen zonder dat ziekenfondsen daar zelf een eurocent in tussenkomen.

Ik heb als arts, zelfs gedeconventioneerd, van ziekenfondsen dus geen lessen te krijgen met betrekking tot de kwaliteit binnen de arts-patiëntrelatie, noch in sociale bewogenheid, noch in laagdrempeligheid.

Ik ben wél trots op mijn job! The doctor is a great servant, but the mut is a bad master...

Lees meer over: