Deel 13

06/02/18 om 07:00 - Bijgewerkt op 05/02/18 om 16:05

In België zijn er ± 48.000 artsen die een keuze kunnen maken of ze een overeenkomst artsen-ziekenfondsen goedkeuren of niet. Daarvan zijn er ± 45.000 artsen die prestaties mogen verrichten. 3.000 artsen bepalen mee - door geen activiteit te mógen hebben - wat een arts met recht op prestatievoering mag doen binnen een conventie.

Deel 13

© RV

Van die 45.000 artsen zijn er ± 35.000 die jonger zijn dan 65 jaar. Er dus nog eens 10.000 pensioengerechtigde artsen die mogen bepalen wat de werkvoorwaarden zijn binnen een conventie voor de 35.0000 andere actieve artsen.

Van de 15.500 huisartsen zijn er 14.500 geaccrediteerd: en dus zijn er 1.000 kwaliteitsarme huisartsen (7%). Maar ook zij mogen mee bepalen wat de kwaliteitsrijke huisartsen mogen doen binnen de conventie.

Accrediteringsgraad extrapoleren naar de totale artsengroep die prestaties mag doen zou kunnen betekenen dat 3.150 kwaliteitsarme artsen de werkvoorwaarden van 45.000 anderen mee mogen bepalen.

In totaal zijn 16% van alle (prestatiegerechtigd en niet prestatiegerechtigd) artsen niet geconventioneerd. Omdat het een negatieve conventieprocedure is, mag men aannemen dat die artsen gedeconventioneerde actievelingen zijn die niet akkoord zijn met de hen voorgestelde werkvoorwaarden. Of 7.680 actieve artsen zijn niet tevreden met de aangeboden werkvoorwaarden. De overigen worden - door niks te kennen - bestempeld als tevreden.

Sinds ongeveer 10 jaar worden we overspoeld met berichten voor dreigende artsentekorten. Welnu. Sinds 10 jaar is er een stijging in aantal van 5.000 prestatiegerechtigde artsen.

Cijfers die doen duizelen, cijfers die verdoezelen en met grote letters toch aankondigen: 84% van de artsen is akkoord met de werkvoorwaarden aangeboden door de overheid.

Straks mogen die 84% gelukkige artsen zich weer terugvinden in de statistieken van geluk. Misschien zijn die 'andere' 16% wel nóg gelukkiger...

Lees meer over: