Kunst na Auschwitz en Hiroshima

08/07/16 om 08:00 - Bijgewerkt op 06/07/16 om 21:20

Bron: Artsenkrant

In de zomerperiode is het meestal vrij bescheiden qua tentoonstellingen. Bozar breekt met die traditie en zet een dijk van expositie neer over kunst in Europa tussen twee scharnierjaren, 1945 en 1968. In één klap worden bestaande dogma's over West-Europese en Oost-Europese kunst van tafel geveegd en worden tal van avant-gardekunstenaars van achter het ijzeren gordijn uit de vergetelheid gehaald.

De tentoonstelling Facing the Future. Art in Europe 1945-68 toont een 200-tal werken van 150 kunstenaars. Daaronder heel wat bekende namen: Picasso, Léger, Moore, Appel, Fontana, Klein, Tinguély, Christo, Richter, Lucian Freud, Baselitz, Beuys... Ook een aantal bekende kunstenaars uit het Oostblok, zoals Vladimir Tatlin en Tadeusz Kantor. Maar daarnaast een hele rits voor ons ongekende namen uit Rusland, Polen, Tsjechie, Oekraine... die niet hoeven onder te doen voor de westerse avant-gardisten. Belgie is vertegenwoordigd door Paul Van Hoeydonck, Jef Verheyen en vooral Marcel Broodthaers. We kijken nu al reikhalzend uit naar de retrospectieve van zijn werk in het Madrileense Reina Sofia in de maand oktober.

Homo homini Lupus

De tentoonstelling start met aangrijpende werken uit de late oorlogsjaren: Zadkine's beeld The Destroyed City; Homo Homini Lupusvan Rouault toont een gehangene in sombere kleuren, Stalingrad van Hans Richter samengesteld uit persknipsels, grijsgrauwe naakten van Picasso. Rouw na Auschwitz en Hiroshima blijft de hoofdtoon in de naoorlogse werken van de West- en Oost-Europese avant-garde. Zwart is de dominerende kleur, zoals in het akelige Zwarte prikkeldraad op zwartvan Armando. Van Henry Moore zien we de Falling Warriordie zijn laatste adem uitblaast. Gerhard Richter schildert Onkel Rudinaar een foto van een onberispelijk uitziende nazi-officier, dader en slachtoffer fur Fuhrer und Vaterland.

Tegelijk zien we de kunst, bevrijd van alle conventies, openspatten als een splinterbom. De opdeling tussen het abstract expressionisme in het 'vrije' Westen en het socialistisch realisme in het communistische oosten, blijkt volkomen kunstmatig en vals te zijn. De zoektocht naar vernieuwing in de kunst voltrok zich gelijktijdig langs beide zijden van het IJzeren Gordijn.

Culturele revolutie

Constructeurs van Fernand Léger en Peaceful Building Site van zijn Oost-Europese tegenhanger Alexander Deinika varen mee op de stroom van heloof in vooruitgang. Maar het optimisme moet in de kunst het onderspit delven voor de angst voor een kernoorlog die de Koude Oorlog overschaduwt. Expo 58 is het eerste mondiale event, symbool voor modernisering, in de naoorlogse periode. Maar de kunst gaat verder de weg op van het experiment, van de individuele expressie met drie toonaangevende figuren: Yves Klein, Jean Tinguély en Lucio Fontana.

De bevrijding van het individu zal in 1968 uiteindelijk uitmonden in de 'culturele' revolutie van mei 1968, met opstanden in Parijs, Berlijn en Praag. Dit is geen tentoonstelling waar je vrolijk van wordt. Wel een die gebaseerd is op onderzoek in de diepte en de kunstgeschiedenis van de naoorlogse periode herschrijft. Deze expositie schreeuwt om een vervolg voor de periode 1968 tot 1989.

De expositie is tot stand gekomen in samenwerking met het Pushkin State Museum of Fine Arts in Moskou en het ZKM in Karlruhe en zal nadien ook in die twee steden te zien zijn. Bij de tentoonstelling hoort ook een catalogus die hetzelfde niveau haalt van het uitmuntende vertoon in de zalen.

* Facing The Future. Art in Europe 1945-68. Tot 26 september in Bozar, Brussel. Van dinsdag tot zondag, van 10u tot 18u (donderdag tot 21u, behalve 21/07 en 11/08 tot 18u), maandag gesloten. www.bozar.be