Japanse kunst explodeert na Hiroshima

27/12/16 om 06:00 - Bijgewerkt op 23/12/16 om 11:28

Na Hiroshima en Nagasaki was Japen weer helemaal op zichzelf teruggeplooid. Gebukt onder een posttraumatisch stresssyndroom hadden de Japanners andere besognes dan zich met kunst in te laten. Tot ze in de jaren 1950 met mondjesmaat kennis maakten met de nieuwe kunststromingen uit Europa en de VS. Dat zorgde voor een ongeziene artistieke explosie in Japan.

Japanse kunst explodeert na Hiroshima

Shiryu Morita, Bottom, 1955. The National Museum of Modern Art, Kyoto. © The National Museum of Modern Art, Kyoto.

De tentoonstelling A feverish era in Japanese art: expressionism in the 50's and 60's is een van onze favoriete exposities van het afgelopen jaar. U kunt ze trouwens nog tot 22 januari gaan bezichtigen wat ik u ten zeerste aanraad. De tentoonstelling schetst een mooi beeld van de ontluikende avant-gardekunst in het Japan van de jaren 1950 en 1960. De gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog en de Amerikaanse bezetting die daarop volgden hadden het land weer in een isolement geplaatst. Het hernieuwde contact met de artistieke buitenwereld veroorzaakte een schokgolf in Japan. Jonge kunstenaars gingen koortsachtig op zoek naar nieuwe expressievormen.

Informele kunst

Het was de Franse kunstcriticus Michel Tapié die het vuur aan de lont stak toen hij halverwege de jaren 1950 enkele keren naar Japan reisde en er een tentoonstelling organiseerde van wat hij noemde 'art informel'. Informele kunst was een verzamelnaam van diverse avant-gardestromingen die in West-Europa en de VS het daglicht zagen. De kennismaking met de nieuwe westerse kunst sloeg als een bom in in Japan. Bovendien trok ook de Franse performancekunstenaar Yves Klein in de jaren 1950 naar Japan om zich te bekwamen in zenboeddhisme, kalligrafie en karate waarin hij een zwarte band behaalde. Ook zijn werk en zijn ideeën werden gretig opgezogen door jonge Japanse kunstenaars. Gedurende tien jaar zou het vuur van de avant-garde door Japan razen.

De Japanse kunstenaars uit die periode klinken niet zo bekend in onze oren. Slechts weinige verzamelaars - Axel Vervoordt niet te na gesproken - waren geïnteresseerd in hun werken. Anderzijds waren westerse kunstenaars wel geïnteresseerd in de Japanse kunstrevolutie, zodat in de undergroundstromingen van jaren 1960 en 1970 een kruisbestuiving ontstond tussen twee gescheiden werelden.

Verrassend actueel

Vandaag blijkt dat deze Japanse avant-garde heel wat kwaliteit in huis had. Soms sluit het werk mooi aan bij de kalligrafische traditie, zoals bij Shiryu Morita. Het werk van Kazuo Shiraga en anderen leunt aan bij de abstracte expressionisten. Shuyi Asada vertrekt van de traditie van stoffen verven en herinnert aan Cobra. Veelal wordt er geëxperimenteerd met materialen. Takesada Matsutani gebruikt vinyl plakfolie, Tadahiro Ono hanteert weggegooide en vertrapte materie, Zenmei Takase zoekt zijn inspiratie in oxidatieprocessen.

"Hoewel de getoonde werken vijftig of zestig jaar oud zijn, is hun boodschap verrassend actueel", zegt de Japanse curator Shoichi Hirai. "De reactie van de Japanners op artistieke stromingen en stijlen met een internationale oriëntatie duwt ons met onze neus op de wereld waarin wij leven, een wereld waarin globalisme en nationalisme, hoe tegenstrijdig ze ook zijn, samen aan de orde van de dag zijn." De Japanse kunstenaars van de jaren 1950 en 1960 slaagden erin een eigen compromis te vinden tussen traditie en moderniteit, schudden het dramatische verleden van zich af en spiegelen zich een wereld voor waarin andere ecologische principes gelden.

Bozar heeft er bovendien een zeer fraaie tentoonstelling van gemaakt waarin de werken alle ruimte krijgen om voor zichzelf te spreken. Meer Japanse kunst kunt u bewonderen in het Jubelparkmuseum waar de traditionale prentkunst getoond wordt: van Hiroshige tot Hokusai.

A feverish era in Japanese art expressionism in the 50's and 60's. Tot 22 januari 2017 in Bozar. www.bozar.be

Ukiyo-e. De mooiste Japanse prenten.Tot 12 februari in het Jubelparkmuseum. www.kmkb.be