INAS-SCORE-studie

14/05/18 om 09:48 - Bijgewerkt om 19:43

De International Active Surveillance Study - Safety of Contraceptives: Role of Estrogens (INAS-SCORE) is een groot, prospectief, gecontroleerd, niet-interventioneel cohortonderzoek dat de vrouwen actief op lange termijn heeft gevolgd. In Budapest werden de definitieve resultaten gepresenteerd van de studie, die werd uitgevoerd op verzoek van het Europese geneesmiddelenbureau (EMA).

INAS-SCORE-studie

Klaas Heinemann © -

De studie werd uitgevoerd in zeven Europese landen (Duitsland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Polen, het Verenigd Koninkrijk en Zweden) en de Verenigde Staten. Op verzoek van het EMA betreft de slotanalyse enkel de Europese gegevens.

Deze postmarketingstudie werd vooral uitgevoerd om de cardiovasculaire veiligheid op korte en lange termijn te evalueren van de combinatie dienogest + oestradiolvaleraat (DNG+VE = Qlaira®) in vergelijking met twee andere orale gecombineerde anticonceptiva.

De eindanalyse (K Heinemann et al. FC03) had betrekking op 112.638 vrouwjaren, waarvan 69.888 vrouwjaren met blootstelling aan orale contraceptie. Er hebben zich 100 trombo-embolische accidenten voorgedaan (68 gevallen van veneuze en 32 gevallen van arteriële trombo-embolie).

Elf gevallen hebben zich voorgedaan met DNG+VE (incidentie 7,1/10.000 vrouwjaren) en 44 met de andere orale gecombineerde anticonceptiva (8,1/10.000 vrouwjaren), waarvan er negen levonorgestrel bevatten (8,8/10.000 vrouwjaren). Bij een Cox-regressieanalyse bedroeg het bruto relatieve risico met DNG+VE versus de andere orale gecombineerde anticonceptiva 0,9 (95% BI 0,4-1,7) en versus levonorgestrel 0,8 (95% BI 0,3-2,0).

Het relatieve risico gecorrigeerd voor de leeftijd, de bmi, de duur van contraceptie op het ogenblik van de trombo-embolie en de familiaire antecedenten bedroeg respectievelijk 0,4 (95% BI 0,2-0,9) en 0,4 (95% BI 0,2-1,1)

Het minimale aantal gevallen van arteriële trombo-embolie dat vereist was om interpreteerbare resultaten te verkrijgen met het standaardmodel, werd in geen van beide cohorten bereikt. Je kan alleen vaststellen dat de incidentie lager was met de combinatie DNG+VE, 0,7/10.000 vrouwjaren versus 3,5/10.000 vrouwjaren met de andere anticonceptiva.

Een andere analyse (K Heinemann et al. #A-081) heeft het percentage ongewenste zwangerschappen geregistreerd bij de vrouwen die orale gecombineerde anticonceptiva innamen, en heeft het percentage mislukking van de contraceptie (ongewenste zwangerschappen) vergeleken tussen DNG+VE en de andere anticonceptiva. Die analyse had betrekking op 68.365 vrouwjaren blootstelling aan orale anticonceptiva. Tijdens een follow-up van hoogstens zes jaar werden 287 ongewenste zwangerschappen geregistreerd, waarvan 32 bij de vrouwen die DNG+VE gebruikten (wat overeenstemt met een Pearl-index van 0,2; 95% BI 0,2-0,3), en 243 bij de vrouwen die andere orale gecombineerde anticonceptiva gebruikten (Pearl-index 0,5; 95% BI 0,4-0,6). Bij de 66 vrouwen die een pil op basis van levonorgestrel innamen was de Pearl-index 0,7 (95% BI 0,5-0,9).

Bij een Cox-regressieanalyse bedroeg het bruto relatieve risico met DNG+VE versus de andere orale anticonceptiva 0,5 (95% BI 0,3-0,7) en versus levonorgestrel 0,3 (95% BI 0,2-0,5).

Het relatieve risico gecorrigeerd voor de leeftijd, het aantal kinderen dat de vrouw had gebaard, het rookgedrag en de bmi, bedroeg respectievelijk 0,7 (95% BI 0,5-0,98; p = 0,04) en 0,5 (95% BI 0,3-0,8; p < 0,01).

Daaruit kunnen we dus concluderen dat in een populatie die representatief is voor vrouwen die de pil gebruiken, de incidentie van trombo-embolie niet hoger is met de combinatie DNG+VE dan met de andere orale gecombineerde anticonceptiva, dat orale gecombineerde anticonceptiva in zijn algemeenheid zeer doeltreffend zijn en dat het risico op mislukking niet hoger is met de combinatie DNG+VE.