Contraceptie bij vrouwen met een hartziekte

15/05/18 om 09:50 - Bijgewerkt om 09:50

Een zwangerschap gaat gepaard met hemodynamische, hemostatische en metabole veranderingen, die het cardiovasculaire risico verhogen. Dat is vooral een probleem bij vrouwen met een hartziekte. En dat aantal blijkt gestaag te stijgen.

Contraceptie bij vrouwen met een hartziekte

Carolina Gouveia © -

Het aantal vrouwen van vruchtbare leeftijd met een hartziekte stijgt gestaag. Die stijging van het aantal vrouwen van vruchtbare leeftijd met een hartziekte die dus zwanger kunnen worden, is toe te schrijven aan een positief element (almaar meer kinderen met een aangeboren hartziekte bereikt de volwassen leeftijd) en een negatief element (een ongezonde levenswijze werkt obesitas en metabole afwijkingen in de hand, wat het optreden van hartafwijkingen op jongere leeftijd veroorzaakt).

Dat onderstreepte Carolina Gouveia (Sao Paulo, Brazilië) in een uiteenzetting (FC-16). Artsen moeten vrouwen met een hartziekte dan ook een geschikt voorbehoedmiddel voorschrijven.

Je moet daarbij rekening houden met het risico op zwangerschap, de effectiviteit van de contraceptieve methode, de risico-batenverhouding ervan, het gebruik ervan op lange termijn, de eventuele indirecte voordelen van contraceptie en uiteraard de desiderata van de vrouw zelf. Geschikte informatie geven met het oog op een effectieve contraceptie is dan ook van groot belang om een zwangerschap te vermijden of om een zwangerschap te plannen nadat de nodige voorzorgen werden genomen om de risico's ervan te verkleinen.

De spreekster illustreerde dat met de resultaten over 58 vrouwen met een hartziekte die in het centrum voor gezinsplanning van haar ziekenhuis werden gevolgd. 37,9% van de vrouwen vertoonde mitraliskleplijden, 20,7% een cardiomyopathie, 15,5% een aangeboren hartziekte, 13,8% een ritmestoornis en 5,2% coronairlijden.

De onderzoekers zijn uitgegaan van de 5e editie van de medische criteria voor het gebruik van contraceptie van de WGO om een beslissing te nemen over de opportuniteit van contraceptie en over de keuze van het voorbehoedmiddel.

Duurzame, reversibele anticonceptiva (LARC, Long-Acting Reversible Contraceptive) werden het vaakst gebruikt (56,9%): in dalende volgorde het koperspiraaltje (31,0%), driemaandelijkse injecties van medroxyprogesteronacetaat (25,9%) en het levonorgestrelspiraaltje (3,4%).

Bij 13,8% van de vrouwen werd een gecombineerd hormonaal anticonceptivum voorgeschreven, bij 8,6% van de vrouwen een anticonceptivum met enkel een progestageen. 6,9% van de vrouwen werd gesteriliseerd, 5,2% gebruikte enkel een condoom en 5,2% gebruikte geen voorbehoedmiddel.

Twee patiënten zijn gestorven: één patiënte (die geen voorbehoedmiddel kreeg) is gestorven aan endocarditis met septische shock, en een andere (die de klassieke pil innam) aan een aneurysma van de aorta (die patiënte had een Marfan-syndroom).