Rustelozebenensyndroom: het nut van polysomnografie

28/06/17 om 11:36 - Bijgewerkt om 12:07

Maria-Lucia Muntean en haar collega's (Kassel, Duitsland) hebben de resultaten gepresenteerd van een zeer interessante studie, die leert dat het rustelozebenensyndroom toeneemt bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen.

Rustelozebenensyndroom: het nut van polysomnografie

Maria-Lucia Muntean © updates

De onderzoekers waren getroffen door een sterke toename van de symptomen bij patiënten met een rustelozebenensyndroom die werden behandeld met dopaminerge middelen. "Die toename bedraagt 5,6% tot 68% naargelang van de duur van de studies", zei de Duitse specialiste. "In korte studies was dat niet meer dan 10%, maar in studies van twee tot drie jaar liep dat op tot 30% en in studies van tien jaar zelfs tot 42% en 68%."

Vooral L-dopa

De stijging is vooral toe te schrijven aan het frequentere gebruik van L-dopa dan van andere dopaminerge agonisten en aan het gebruik van kortwerkende agonisten in vergelijking met langwerkende. "We hebben ook een zeer lichte toename waargenomen met gabapentine en pregabaline", vervolgde Maria-Lucia Muntean.

De studie werd uitgevoerd bij 91 consecutieve patiënten die tussen 2015 en begin 2017 werden gerekruteerd: 42 vrouwen en 12 mannen van gemiddeld 62,49 ± 12,99 jaar. De vorsers hebben informatie verzameld over de demografische gegevens, concomitante aandoeningen zoals polyneuropathie en slaapapneu en de inname van geneesmiddelen. De score van beenbewegingen werd geëvalueerd 's nachts en in waaktoestand. Daarbij werden enkel reeksen van vier bewegingen van minstens 0,5 tot 5 seconden meegeteld met een interval van 4 tot 90 seconden tussen twee bewegingen conform de internationale criteria.

Veel patiënten vertoonden overgewicht of obesitas. De gemiddelde BMI was 29,37 ± 6,16 kg/m². 31,86% had een polyneuropathie, 47,25% vertoonde een slaapapneu en 4,4% een slaapapneusyndroom dat correct werd behandeld.

Weinig verkwikkende slaap

18,68% van de patiënten werd behandeld met een dopaminerg middel in monotherapie, opiaten of alfa-2-deltaliganden, gabapentine of pregabaline. De meeste patiënten kregen twee geneesmiddelen (62,63%) en 18,68% zelfs drie geneesmiddelen. "De diepe slaap was zeer sterk verstoord bij die patiënten. Dat correleerde met een zeer hoge index van periodieke beenbewegingen zowel overdag als 's nachts. "De beenbewegingen waren echter meer uitgesproken in waaktoestand dan tijdens de slaap. De scores van het rustelozebenensyndroom waren hoger dan in de studie van Mitterling et al. (1)".

Die gegevens zijn interessant, vooral bij vergelijking met een andere studie, die in Amsterdam in postervorm werd gepresenteerd. Sauerbier et coll. hebben aangetoond dat patiënten met een rustelozebenensyndroom ook nog andere afwijkingen dan motorische stoornissen vertonen en dat die worden onderschat en door de gezondheidswerkers vaak niet worden herkend. In hun studie vertoonde 89,1% van de patiënten inslaapstoornissen, 69,1% nycturie, 63,6% voelde zich depressief en 56,4% vertoonde geheugenstoornissen.

Aangezien patiënten met een rustelozebenensyndroom slaapproblemen vertonen, is het wellicht nuttig de slaap en eventuele andere, niet-motorische stoornissen te evalueren.

Muntean ML et al. Polysomnographic findings in Restless Legs Syndrome (RLS) patients with severe augmentation. EAN 2017 Abstract # O2227.

Sauerbier A et al. Restless Legs Syndrome: the under-recognized non-motor burden assessed by a self reported tool. EAN Abstract #EP3092.

Referentie:

  1. Mitterling T et al. Is there a polysomnographic signature of augmentation in restless legs syndrome? Sleep Med. 2014 Oct;15(10):1231-40.

Lees meer over: