Insulinetherapie met een pomp: nieuwe aanwinsten

08/10/18 om 11:38 - Bijgewerkt om 11:38

Een studie die op het EASD 2018 werd gepresenteerd door Martin Tauschmann en terzelfder tijd werd gepubliceerd in The Lancet, leert dat een systeem van hybride toediening van insuline in een gesloten lus dag en nacht een beter effect heeft op de glykemie dan een andere wijze van toediening.

Insulinetherapie met een pomp: nieuwe aanwinsten

© ak

Je kan insuline op verschillende manieren met een pomp toedienen. Een eenvoudige pomp dient enkel om de toediening van insuline te vereenvoudigen. De patiënt beslist zelf om de dosis aan te passen volgens de glykemiemetingen. Er bestaan nu ook systemen, waarbij de glykemie continu wordt gemeten. Het verschil tussen de verschillende systemen betreft de wijze van reageren op de gegevens die door de glucosesensoren worden doorgestuurd.

  • Ofwel dient de patiënt zelf de vereiste insulinedoses toe naargelang van de metingen (open lus),
  • Ofwel werkt het systeem autonoom (gesloten lus) en dient de pomp zelf automatisch de vereiste insulinedoses toe,
  • Ofwel betreft het een hybride systeem, dat in een gesloten lus werkt, maar waarbij de patiënt in bepaalde omstandigheden toch zelf kan ingrijpen (bijvoorbeeld toediening van een insulinebolus bij de maaltijden).

Vorsers hebben zo'n hybride systeem vergeleken met toediening in een open lus bij 86 type 1-diabetespatiënten (44 mannen en 42 vrouwen) van 6 tot 65 jaar in een gerandomiseerde, gecontroleerde, multicentrische studie van 12 weken uitgevoerd in de gebruikelijke levensomstandigheden van de patiënten.

Bij inclusie in de studie was de glykemie onvoldoende onder controle ondanks de insulinepomp (HbA1c-gehalte 7,5% tot 10%). 46 patiënten werden gerandomiseerd naar het hybride systeem en 40 na een openlussysteem (controle). Eerst kregen de patiënten gedurende 4 weken een opleiding over het gebruik van de insulinepomp.

Het primaire eindpunt was het percentage dat de glykemie binnen de vork van 3,9 tot 10 mmol/l (70-180 mg/dl) lag. Dat percentage was significant hoger met het hybride systeem (65%) dan in de controlegroep (54%).

In de groep die het hybride systeem gebruikte, daalde het HbA1c-gehalte van 8,3% naar 8,0% na de opleiding en naar 7,4% op het einde van de studie. In de controlegroep daalde het HbA1c-gehalte van 8,2% naar 7,8% na de opleiding en naar 7,7% op het einde van de studie. Het HbA1c-gehalte daalde significant meer met het hybride systeem dan met het openlussysteem (gemiddelde ∆ 0,36%).

De gemiddelde tijd die werd doorgebracht met een glykemie < 3,9 mmol/l of >10,0 mmol/l, was respectievelijk lager dan 12 minuten en 2 uur 24 minuten. Het percentage van de tijd dat werd doorgebracht met die potentieel gevaarlijke glykemiewaarden, bedroeg in de groep die het hybride systeem gebruikte, gemiddeld 3,5% in het begin van de studie en 2,6% op het einde van de studie. In de controlegroep was dat respectievelijk 3,3% en 3,9%.

Er was geen significant verschil in de totale dagdosis van insuline en de gewichtswijziging tussen de twee groepen. In geen van beide groepen heeft zich een episode van ernstige hypoglykemie voorgedaan, maar in de groep met het hybride systeem heeft één patiënt een diabetische ketoacidose ontwikkeld als gevolg van een probleem met het injectiesysteem.

De onderzoekers concluderen dat het hybride systeem de glykemiecontrole verbetert en het risico op hypoglykemie verlaagt bij type 1-diabetespatiënten van verschillende leeftijden. Dat pleit ervoor om die techniek in de klinische praktijk in te voeren, ongeacht de leeftijd van de patiënt.

Dr. Jean-Claude Lemaire. ESAD 2018, Berlijn, 1-5 oktober