Bewaring van insuline in het echte leven

08/10/18 om 11:27 - Bijgewerkt op 17/10/18 om 14:59

Koude bewaart, dat is bekend. Maar je moet dat dan wel correct doen. Dat geldt voor ingevroren goederen, kant-en-klare schotels en resten die je nog enkele dagen wilt bewaren, maar ook voor vaccins en geneesmiddelen en meer bepaald insuline. Insulineflacons worden het best bewaard bij een temperatuur van 2 tot 8 °C.

Een Duitse groep (K Braune et al. PS 077-891) heeft een onderzoek uitgevoerd om na te gaan of diabetespatiënten de insuline wel goed bewaren. Insuline wordt meestal thuis in de koelkast bewaard. Bijna 400 Europese en Amerikaanse diabetespatiënten die werden behandeld met insuline, hebben erin toegestemd om aan de studie deel te nemen tussen november 2016 en februari 2018. Aan de patiënten werd gevraagd om temperatuursensoren naast de insulinevoorraad in de koelkast (ongeopende flacons) of in een transportzak (insulinepen, geopende flacons) te leggen. Bij gebruik van een transportzak moest de temperatuur liggen tussen 2 °C en 30 °C.

De temperatuur werd zeer vaak gemeten, soms om de 3 minuten, dus 480 keer per dag, en de resultaten werden naar een app gestuurd en in een gegevensbank opgeslagen. De temperatuur werd gemiddeld gedurende 49 dagen gemeten. Katarina Braune heeft de resultaten gepresenteerd over 230 temperatuurmetingen in de koelkast en 170 in een transportzak.

Bewaring van insuline in het echte leven

Bij 315 van de 400 metingen werden afwijkingen vastgesteld: bij 100% van de metingen in de koelkast en bij 50% van de metingen in een transportzak.

Bij bewaring van insuline in de koelkast werd de temperatuur gedurende 11% van de tijd (dus iets meer dan 2,5 uur per dag) overschreden. Bij bewaring in de koelkast lag de temperatuur gedurende 26,6 dagen/maand binnen de aanbevolen vork. Gedurende 2,3 dagen per maand was de temperatuur hoger dan 8 °C en gedurende 1,1 dagen was ze lager dan 2% (ongeveer 3 uur per maand lager dan 0 °C).

Bij gebruik van een transportzak viel de temperatuur slechts gedurende ongeveer 0,54% van de tijd buiten de aanbevolen vork, dus ongeveer 8 minuten per dag of 4 uur per maand (in 2/3 van de gevallen was de temperatuur dan > 30 °C en in 1/3 < 2 °C).

Wat verklaart die temperatuurschommelingen: een slecht afgestelde koelkast, plaatsing van de insuline op een verkeerde plaats in de koelkast, de deur wordt te vaak geopend ...? Waarschijnlijk spelen meerdere factoren mee, maar de les die we daaruit moeten trekken, is dat het toch beter is een thermometer te leggen dicht bij geneesmiddelen die thuis in de koelkast worden bewaard, om na te gaan of de temperatuur binnen de aanbevolen vork ligt.

Ingevroren insuline werkt niet meer, maar wat het effect van andere temperatuurschommelingen op de werkzaamheid en dus op de glykemiecontrole is, weten we eigenlijk niet. Gezien de resultaten van deze studie zou het niet slecht zijn dat verder uit te vlooien.

Dr. Jean-Claude Lemaire. EASD 2018 Berlijn, 1-5 oktober