Jan Bosmans
Jan Bosmans
Radioloog
Column

29/06/18 om 00:00 - Bijgewerkt op 28/06/18 om 16:28

Zwaar beroep

"Je hebt ervoor gekozen en je wordt ervoor betaald!" Dat placht mijn schoonmoeder zaliger te antwoorden, telkens als mijn vrouw verzuchtte hoe zwaar ze het had als huisarts. En toch, al haast 40 jaar lang kan ik me niet voorstellen hoe de dag van mensen met een 'normaal beroep' eruitziet.

Zwaar beroep

© Wavebreak Media

Werken die ook twaalf uur per dag? Zitten ze pas aan tafel na tien uur 's avonds? Kijken ze alleen uitgesteld naar tv, hooguit voor een uurtje? Besteden ze hun weekends aan nascholing en administratieve rompslomp?

Eind mei bereikten de liberale en christelijke vakbond (*) met minister van Pensioenen Daniël Bacquelaine (MR) een consensus over de lijst van zware beroepen bij de overheid. Zo'n beroep maakt vervroegde pensionering mogelijk. De lijst telt niet minder dan 47 categorieën: God en klein Pierken hebben een zwaar beroep, heet dat op zijn Gents. In de zorgsector vallen verpleegkundigen, verzorgenden, ambulanciers en kinderverzorgsters in de prijzen. Grote afwezigen: artsen-ambtenaren!

Even afstand nemen. Dat het werk van een verpleegkundige fysiek en mentaal belastend kan zijn, dat zal niemand betwisten. Een deel draait ook nachtdiensten. Maar laten we wél wezen: het gaat hoe dan ook om een 38 uren tellende werkweek, met compensatie voor overwerk. Vergelijk dat met de week van een arts-ambtenaar, die met gemak 55 uur kan beslaan.

Delen

Voor de traditionele vakbonden zijn artsen-ambtenaren geen gewone stervelingen

Vooraleer iemand opmerkt dat ik een pleidooi pro domo houdt: neen, ikzelf heb het geluk dat mijn klinische werktijd begrensd is door de openingsuren van mijn afdeling, al heb ik daarbuiten nog andere verplichtingen. Maar ik zie rondom mij vele collega's die al in een groen pakje rondhuppelen wanneer ik om acht uur arriveer en nog in de weer zijn om zeven uur 's avonds. De mentale belasting van het omgaan met zieke volwassenen en kinderen kan bovendien enorm zijn: stress en burn-out zijn geen onbekenden. Waarom fietsen de vakbonden aan al die zwaarte voorbij?

De opwerpingen zijn voorspelbaar. Ook als ambtenaar verdient een arts een pak méér dan een verpleegkundige of een kinderverzorgster. Het werk is wellicht uitdagender, de beroepsvoldoening groter. Artsen passeren niet langs de prikklok - dat zou nogal wat geven in overuren trouwens! En niet te verwaarlozen: vroegtijdige pensionering spreekt de meeste collega's wellicht minder aan. Maar net als de bedenkingen van mijn betreurde schoonmoeder doet niets daarvan ter zake, want het maakt het beroep niet minder zwaar. Eén verklaring blijft over: voor de traditionele vakbonden zijn wij geen gewone stervelingen! En laat dat nou net zijn wat ons vaak verweten wordt...

(*) Van Dale definieert 'syndicaat' als een "combinatie van zakenlieden, opgericht voor industriële of commerciële doeleinden". Die doelstellingen, daar wil je als arts toch niet mee geassocieerd worden? En dan heb ik het nog niet over de nauw verwante term 'misdaadsyndicaat'! Beste Bvas, ASGB en AADM, noem jezelf wat je bent: een (artsen)vakbond!