Elide Montesi
Elide Montesi
Huisarts in Namen.
Column

06/06/18 om 08:43 - Bijgewerkt om 10:38

'Zijn er veel zieken, dokter?'

Het is een vraag die we bijna dagelijks horen. Eigenlijk zijn weinig mensen niet ziek, afgaande op de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie: 'Gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk welzijn en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere lichamelijke gebreken.'

'Zijn er veel zieken, dokter?'

"Vanaf welk moment kan je zeggen dat een toestand van welzijn volledig is, dat alle behoeften van een individu volkomen voldaan zijn?" © INTERFOTO

Die omschrijving is goedbedoeld: ze gaat ervan uit dat de gezondheidstoestand van een individu niet alleen van medische zorg afhangt, maar ook van sociaal-politieke beslissingen. Maar de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen en een van de uitwassen van deze definitie is dat ze haar doel voorbijschiet en uitmondt in een overmedicalisering van het leven.

De WGO had gezondheid kunnen omschrijven als een toestand van welzijn, wat op zich al moeilijk te evalueren is. Maar het toevoegsel 'volledig' zorgt voor verwarring: vanaf welk moment kan je zeggen dat een toestand van welzijn volledig is, dat alle behoeften van een individu volkomen voldaan zijn?

Migranten die vluchten voor oorlog of hongersnood zijn ervan overtuigd dat onze westerse landen een oord zijn van welzijn, iets wat de armere groepen in onze contreien dan weer zullen weerleggen. Vroeger hadden we het over 'een goede gezondheid' (dat wensen we elkaar overigens nog altijd toe met Nieuwjaar) en 'een slechte gezondheid'. Maar als gezondheid een toestand is van volledig welzijn, is ze niet meer goed of slecht: ze is of ze is niet.

En in plaats van het recht op zorg om een goede gezondheid te behouden, is er nu sprake van een recht op gezondheid, met een gezondheidskapitaal dat behouden dient te worden, en zelfs vergroot, zoals elk kapitaal die naam waardig.

Delen

Het concept van een recht op oneindig te verbeteren gezondheid is frustrerend

Het recht op gezondheid wordt een hartstochtelijke zoektocht naar welzijn die (alleszins in onze welstellende westerse maatschappij) verglijdt naar een vervaging van de grens tussen wat al dan niet draagbaar is. In de huisartsgeneeskunde stel je dat dagelijks vast: de tolerantie voor kwaaltjes die voordien wel aanvaard werden, taant - denk aan verschijnselen gelinkt aan het ouder worden, maar ook vermoeidheid door bepaalde activiteiten. Vreemd genoeg zijn het de mensen in landen met een goed uitgebouwd zorgsysteem die het meest klagen.

In die context mogen wij ons als artsen niet beperken tot het verzorgen van ziekten. We moeten alle risicofactoren die het recht op gezondheid beperken, opsporen en voorkomen, want die belemmeren de toegang tot volledig welzijn. Onze patiënten een levensstijl aanbevelen aangepast aan de individuele bedreigingen waarmee ze te maken krijgen, moet centraal staan in onze handelingen. Het komt erop aan te jongleren met statistieken over de vitale parameters: leeftijd, bloeddruk, hartritme, cholesterol, tabaksconsumptie, alcoholverbruik,... om zo de ziekterisico's te evalueren die we dienen aan te pakken. Risico's die we uiteindelijk verwarren met ziekten.

Dit concept van een recht op oneindig te verbeteren gezondheid is frustrerend. Voor de patiënt, die de indruk heeft dat het recht niet wordt geëerbiedigd zoals het zou moeten. En voor de arts, die het gevoel krijgt nooit genoeg te kunnen doen voor de steeds veeleisendere patiënten. En dan vergeten we nog onze beleidsmensen, die vergeten dat de kostprijs van zo'n zorgsysteem oneindig en onvoorspelbaar is.

'Zijn er veel zieken, dokter?' Te veel, want zoals Ivan Illich het schreef: 'De obsessie van een perfecte gezondheid is een predominerende pathogene factor geworden'.