Paul Beke
Paul Beke
Huisarts, voormalig voorzitter Provinciale Raad
Column

07/11/16 om 14:38 - Bijgewerkt op 08/11/16 om 15:14

Wordt de Orde eindelijk hervormd?

Zelf ben ik meer dan 20 jaar actief bij de Orde der Geneesheren, eerst bij de Provinciale Raad , nadien bij de Nationale Raad en momenteel bij de Raad van Beroep. Gedurende twintig jaar werden reeds voorstellen en suggesties gedaan om de Orde der Geneesheren te hervormen en aan te passen of zelfs af te schaffen.

Eindelijk lijkt er nu een opening te zijn gekomen om naast de vele hervormingen die deze regering aan het doorvoeren is, nu de artsen zelf een arts hebben als minister van Volksgezondheid, ook deze hervorming door te voeren en niet weer op de lange baan te schuiven.

De hele maatschappij, zowel de artsen als de orde zelf, en de burgers, de patiënten, zijn vragende partij om hier eindelijk eens werk van te maken. De Orde werd opgericht op 25 juli 1938. Het KB 79 betreffende de Orde der Geneesheren dateert reeds van 10 november 1967. En hoe is de geneeskunde en de uitoefening ervan niet veranderd op die bijna zestig jaar. De naam is sinds verleden jaar aangepast . De Orde der Geneesheren werd nu "Orde der Artsen" o.a. wegens de vervrouwelijking van het beroep, vermits de vrouwelijke artsen die momenteel meer dan de helft van het artsencorps uitmaken, nog moeilijk "geneesheren" kunnen wordt genoemd.

De National Raad heeft recent in 2015 nogmaals een voorstel tot hervorming van de Orde uitgewerkt en ingediend bij de politieke autoriteiten in zijn conceptnota van 4 juli 2015.

Inderdaad , de maatschappij is veranderd, en de patiënt is gelukkig een mondige partner geworden en vraagt openheid, meer transparantie , meer inspraak en minder paternalisme in de werking van de Organen van de Orde. Een orde die naast tucht en discipline vooral een belangrijke adviserende, regulerende en sturende opdracht heeft.

Problemen

Een terechte kritiek is dat de Orde nog altijd wettelijk in eerste aanleg dient te vergaderen met gesloten deuren, wat fundamenteel in strijd is met het artikel 6 van het EVRM, het Europees Verdrag van Rechten van de Mens, dat stelt dat elk rechtsorgaan dient te vergaderen met open deuren, tenzij de beklaagde om privacy redenen de gesloten deuren vraagt. Ook het beroepsgeheim kan hier een geldige uitzondering op betekenen. Verder is het statuut van de klager niet meer van deze tijd. Momenteel heeft hij geen recht op het kennen van het resultaat van een onderzoek van een klacht . Evenzo zijn de sancties niet meer aangepast. Als morele sancties zijn er de waarschuwing, de censuur, wat dat ook mag betekenen, en de berisping, en verder o.a.de schorsingen, doch hierbij is geen eerherstel mogelijk.

Delen

Hopelijk vertegenwoordigen de nieuwe verkozenen een Orde die beantwoordt aan de hedendaagse verwachtingen

Een ander probleem is dat de leden van de Provinciale raden dikwijls de aangeklaagde artsen persoonlijk kennen en er een probleem kan zijn met het onafhankelijkheidsprincipe van de beoordelende rechter. Deze zal zich uiteraard terugtrekken en recuseren indien hij dit in eer en geweten nodig acht. Soms wordt er opgemerkt dat er geen absolute scheiding is tussen diegenen die het onderzoek verrichten en diegenen die deelnemen aan de beraadslaging en de beslissing nemen. Er dient gezegd dat dit momenteel geen probleem meer stelt daar de schieding van onderzoek en beraadslaging in de praktijk reeds een feit is.

Hetzelfde met artsen die aangeklaagd werden wegens een alkoholprobleem of een andere verslavingproblematiek met gevolgen voor de volksgezondheid en uitoefening van het beroep. Hier zal er momenteel in het kader van een therapeutisch proces eerder bemiddelend en sturend worden opgetreden in plaats van direct disciplinair. Gelukkig zijn er voor artsen niet alleen met een verslavingsproblematiek, maar ook in het kader van burn-out , recentelijk initiatieven genomen zoals 'Artsen in Nood' , een initiatief van de Nationale Raad en van Dokters voor Dokters (D4D) in de regio Antwerpen.

Nieuwe krachtlijnen

Het huidige voorstel van de Nationale Raad tot hervorming omvat enkele duidelijke nieuwe krachtlijnen . Zo zou er naast de provinciale raad, per landsgedeelte een nog op te richten "Interprovinciale Raad " komen , samengesteld uit leden van de diverse provinciale raden. Deze interprovinciale raad zou zich concentreren op het disciplinaire , terwijl de provinciale raad verder de administratieve en educatieve en bemiddelende taken zou ter harte nemen. Deze wijziging zou de onafhankelijkheid van de beoordeling moeten garanderen. Bij de sancties zou de censuur verdwijnen en o.a.de mogelijkheid tot eerherstel erbij komen . Verder zou in eerste instantie bij elke klacht gepoogd worden te bemiddelen of te verzoenen . De klager zou gehoord kunnen worden en hij zou het resultaat van de klacht, de beslissing kunnen kennen.

De Nationale Raad zou de regulerende en normerende instantie blijven die de deontologische regels voor artsen vastlegt , aanpast en interpreteert. Er zou een Nederlandstalige en een Franstalige Raad komen , zoals nu reeds het geval is , die samen kunnen vergaderen om de deontologie zo uniform mogelijk te poneren voor het ganse land.

De Raden van beroep zouden ongewijzigd blijven met een Nederlandstalige en een Franstalige Raad.

Hiernaast kan een centrale overkoepelende Hoge Raad voor deontologie kunnen worden opgericht die samengesteld wordt uit afgevaardigden van alle gezondheidsberoepen en als opdracht die regels van de deontologie vast te leggen of te confirmeren, die voor alle gezondheidsberoepen zouden kunnen gelden. Het moet gezegd dat de nationale raad geen voorstander is van een dergelijke Hoge Raad . Hij is er wel voorstander van dat elke beroepsgroep zijn eigen specifieke deontologie zou omschrijven en bepalen vermits deze voor een arts, een apotheker of een verpleger heel verschillend kan zijn.

Werk aan de ordinale winkel voor de overheid

De eerste elektronische verkiezingen van de Orde vonden plaats in oktober. Laat ons hopen dat de nieuwe verkozenen een Orde van artsen zullen vertegenwoordigen in de diverse organen ervan, die beantwoordt aan de verwachtingen van de maatschappij in de huidige tijdsgeest, waarbij de patiënt als partner en een hoogstaande kwaliteit van de zorg centraal staan .