Frieda Matthys
Frieda Matthys
Diensthoofd psychiatrie UZ Brussel, uittredend voorzitter VVP
Column

06/02/18 om 06:00 - Bijgewerkt op 05/02/18 om 10:11

Wie spreekt voor wie?

Afgelopen dagen werd euthanasie omwille van psychisch lijden weer op alle media besproken. Zorgnet-Icuro, de koepel van ziekenhuisvoorzieningen, suggereerde de noodzaak van een wetswijziging: een verstrenging van de procedure en een verlenging van de termijn. Het leek ineens of heel het werkveld een gemeenschappelijke visie heeft en een verstrenging van de wet vraagt.

Ook de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie (VVP) werd vermeld als onderdeel van de zgn. algemene beweging. Als vertegenwoordigers van de Vlaamse psychiaters willen wij ons toch distantiëren van deze tendens. De VVP heeft in december haar criteria voor zorgvuldig handelen gepubliceerd. Omwille van buitenlandse interesse gaan we deze ook in het Engels vertalen. Onze bedoeling is niet om de wet in vraag te stellen, wel om aan de psychiaters handvatten aan te reiken hoe op een deskundige en ethisch verantwoorde manier met deze problematiek om te gaan. Daar strakkere regels op zetten, gaat voorbij aan de complexiteit en de diversiteit van de problematiek.

Van een maand een jaar maken, is naast de kwestie: belangrijk is dat er voldoende tijd genomen wordt om de patiënt en gans zijn context en geschiedenis goed te leren kennen en om te onderzoeken of alle mogelijke behandelingen zijn aangeboden. Uiteraard duurt dat langer dan een maand. Soms duurt dat meer dan een jaar, soms iets korter. Vaak echter is er al een hele weg afgelegd door de patiënt met zijn behandelende arts, voor hij zijn handtekening onder de concrete aanvraag zet. Dan hoeft er geen jaar meer bij te komen om puur administratieve reden.

Delen

Onze therapeutische attitude die respectvol en empatisch is, mag niet omslaan in een bestraffende en terechtwijzende machtshouding omdat een patiënt om levensbeëindiging vraagt

De omgeving betrekken, is ook een belangrijk punt. De VVP vraagt alle psychiaters om veel oog te hebben voor de context en het gesprek tussen de patiënt en zijn naasten aan te moedigen. Onze therapeutische attitude die respectvol en empatisch is, mag niet omslaan in een bestraffende en terechtwijzende machtshouding omdat een patiënt om levensbeëindiging vraagt. Als hij communicatie met zijn familie weigert (bij een voorgeschiedenis van mishandeling of misbruik is dat niet uitzonderlijk) dienen we ook dat te respecteren. Dit neemt niet weg dat we hem zullen aanmoedigen om rond te kijken of er iemand in zijn omgeving is met wie hij deze ultieme fase van zijn leven wil/kan delen.

Dat er een psychiater deel zou uitmaken van de federale controle- en evaluatiecommissie, is ieders wens, ook die van de commissie zelf. Er is een zitje vrij maar blijkbaar vindt geen enkele psychiater de tijd om dat in te nemen.

Uiterste zorgvuldigheid is inderdaad belangrijk en een goed richtlijn kan daar bij helpen; en dat kan juist binnen de huidige wetgeving.