Geert Verrijken
Geert Verrijken
Hoofdredacteur Artsenkrant
analyse

02/12/16 om 10:22 - Bijgewerkt om 11:42

Titanenwerk

In managementcursussen maken lesgevers de deelnemers diets dat je medewerkers complimentjes moet geven. Dat is goed voor de sfeer op de werkvloer, gaat burn-out tegen en bovendien word je er ook zelf vrolijk van. En verder is een overgroot deel van de mensen eerder negatief ingesteld. Ze focussen op wat er fout gaat. En dus is een positieve houding echt wel belangrijk.

Die gedachten schoten me spontaan te binnen toen ik vorige week het hoofdkwartier van het ASGB verliet. Lieven Annemans had net zijn plan van aanpak voor een nieuwe nomenclatuur uit de doeken gedaan. Hij stelde het gisterenavond ook publiek voor op een ASGB-symposium. Een klein applausje voor het syndicaat en de professor.

Delen

'Optimism is a moral duty', helemaal akkoord. Maar een tijdspad van drie jaar om de nomenclatuur door te lichten en te hervormen, lijkt toch wel erg hoog gegrepen.

Tussen droom en daad staan helaas ook wetten in de weg en praktische bezwaren. En wat de nomenclatuur betreft, is die realiteit niet echt opbeurend. Er zijn redenen waarom een hervorming zo lang aansleept. Bij uitstek is dit het domein van de Technisch Geneeskundige Raad binnen het Riziv. In dit gremium van de macht zetelen enkele artsen en ziekenfondsvertegenwoordigers, oude krokodillen, die de nomenclatuur kennen als hun broekzak. Om dit onoverzichtelijke kluwen van nieuwe, verouderde, nuttige en overbodige prestaties te ontwarren, lijkt hun medewerking onontbeerlijk. Zijn ze daartoe bereid?

Allicht wringt het schoentje al bij de samenstelling van een 'onafhankelijk wetenschappelijk team' dat de oefening in goede banen moet leiden. In dit land is immers niets of niemand 'onafhankelijk'. En niet in het minst gaat zich ook het probleem stellen dat elke arts zijn vakgebied het belangrijkste vindt. Het getouwtrek en gelobby om de beste prijs zal niet van de lucht zijn. Verder gaat de nomenclatuur natuurlijk in de eerste plaats over geneeskunde. Er komen echter ook heel wat andere - niet geheel waardenvrije - gezondheidseconomische en maatschappelijke aspecten bij kijken. Hakt het beleid de (ideologische) knopen door?

Het zijn maar enkele overwegingen. 'Optimism is a moral duty', helemaal akkoord. Maar een tijdspad van drie jaar om de nomenclatuur door te lichten en te hervormen, lijkt toch wel erg hoog gegrepen.