Paul Beke
Column

09/05/17 om 06:00 - Bijgewerkt op 08/05/17 om 12:39

Re-integratie na langdurig ziek zijn

Deze regering heeft er eindelijk een aandachtspunt van gemaakt om het zorgwekkende probleem van de toename van de langdurig zieken aan te pakken. De kosten binnen de sociale zekerheid rijzen de pan uit en overtreffen voor het eerst de totale kostprijs van de werkloosheid. In 2016 zaten in ons land niet minder dan 392.000 mensen langer dan één jaar ziek thuis, en dat doet wenkbrauwen fronsen. Hoe komt dit, wat kan eraan gedaan worden en wat wil men daaraan doen?

Zoals bij alle kwalen moet er nagedacht worden op drie diverse vlakken. Eerst en vooral op preventief vlak, hoe kan men voorkomen dat iemand langdurig ziek wordt. Vervolgens op therapeutisch vlak, hoe kan men elke zieke efficiënt en optimaal aanpakken en behandelen. Ten slotte in een derde fase, de opvolging, hoe kan men een langdurig zieke terug in zijn werkcontext brengen, hem re-integreren in zijn arbeidscircuit, in zijn vorige werksituatie desgevallend in een andere context en aangepaste werksituatie.

Preventie is uiteraard van zeer groot belang en hierbij dient vooral de vraag gesteld welke ziekten het meest evolueren naar een situatie van langdurig en chronisch ziek zijn. We denken in deze vooral aan de moderne chronische ziekten t.g.v het roken zoals COPD, t.g.v. aderverkalking zoals daar zijn de coronaire hartziekten en perifere vaatziekten, t.g.v. reumatische aandoeningen zoals polyartrosis en gewrichtsreuma waaronder lage rugpijn en ten slotte t.g.v. een teveel aan psychosomatische belasting zoals bij burn-out.

Algemene preventie is een gezonde levenswijze met de gekende adviezen zoals voldoende beweging, gezonde vet-, zout- en suikervrije voeding, niet roken en ten slotte het streven naar een gezond evenwicht tussen de werksituatie en de thuissituatie, tussen arbeidstijd en rusttijd, tussen werkload en relaxatie, tussen stress en de-stress. Deze vitale gezonde adviezen kunnen reeds heel wat impact hebben op het totaal aantal zieken en ziekten in het algemeen, en a fortiori op de langdurig zieken in het bijzonder. Hiervoor ligt een heel belangrijke opdracht bij artsen en vooral bij huisartsen, maar ook bij de overheid door het ondersteunen van diverse gezondheidscampagnes via de media en bij de ziekenfondsen die meer en meer een taak naar zich toe aan het trekken zijn van gezondheidsadviseur, van gezondheidscoach, eerder dan die van gezondheidscontroleur.

Op therapeutisch vlak beschikken we in ons land over een gezondheidssysteem en een sociale zekerheid die op gebied van kwaliteit tot de wereldtop kan gerekend worden. Ze zijn laagdrempelig toegankelijk, heel betaalbaar voor de overgrote meerderheid van de patiënten. De middelen die door de overheid ter beschikking worden gesteld via de diverse kanalen van de huisartsgeneeskunde, de specialistische geneeskunde en de ziekenhuizen, dienen dan ook zo optimaal efficiënt en doelgericht te worden besteed. Sinds enkele jaren is er een gestage afbouw waar te nemen van de hospitalisatieduur in de ziekenhuizen waarbij er ook een afbouw van ziekenhuisbedden valt op te merken evenals een afbouw van het totaal aantal ziekenhuizen. De ver doorgedreven specialisatie van de diensten noodzaakt tot centralisatie van bepaalde specialismen in bepaalde centra alsmede tot fusies van ziekenhuizen en tot samenwerking en netwerking tussen de diverse ziekenhuizen. Dit alles maakt dat de patiënt een kortere periode in het ziekenhuis verblijft waarna vrij snel de herstelperiode kan worden opgestart van uit de thuissituatie. De uitbouw en het aanbod van een momenteel reeds goed uitgebouwde thuiszorg heeft ervoor gezorgd dat er onder de coördinatie van de huisartsen samen met de thuisverpleegkundigen, van de paramedici waaronder de kinesisten en desgevallend van de sociale gemeentelijke diensten kan gezorgd worden voor een efficiënte begeleiding en opvolging thuis.

Van essentieel belang is het dat de patiënt in deze ziektefase van herstel zeer goed wordt geïnformeerd over wat precies zijn ziektesituatie inhoudt, waaraan hij/zij precies lijdende is en wat de prognose en vooruitzichten zijn voor de komende weken, maanden , soms jaren. In de fase van de opvolging van de ziekte is het nu van cruciaal belang te vermijden dat de patiënt terecht komt in een fase van berusting en overtuiging dat hij arbeidsongeschikt is en dit zal blijven, en niet meer in staat zal zijn om zijn werk te hervatten in dezelfde omstandigheden als voor de aanvang van zijn/haar ziekte.

Doorgaans is het de huisarts die een getuigschrift voor arbeidsongeschiktheid zal opstellen dat zowel de begin- als de einddatum van de arbeidsongeschiktheid bevat, samen met de vermelding van de diagnose. Dit formulier wordt ter controle voorgelegd aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds die oordeelt over de aanvaardbaarheid van de periode van arbeidsongeschiktheid. Samen zijn de huisarts, de behandelende specialist en de adviserend geneesheer zeer goed geplaatst en bevoegd om de patiënt zo goed mogelijk te informeren, te adviseren, te coachen en te begeleiden in de richting waar een mogelijke werkhervatting al of niet volledig in het vooruitzicht kan worden gesteld. Ook alle andere zorgverstrekkers waaronder de kinesist, de thuisverpleegkundige, de eventueel bijgeroepen psycholoog, allen dienen in deze optiek en visie te worden ingeschakeld om waar enigszins mogelijk een partiële - of volledige - re-integratie te kunnen realiseren.

Uiteraard zal in deze fase de werkgever ook een belangrijke medespeler zijn om zijn werknemer, zijn ex-werknemer in een re-integratietraject mee te nemen. Hiertoe zijn door het kabinet van Volksgezondheid en Sociale zaken en door de minister van Werk maatregelen genomen opdat elke langdurig zieke een individueel traject kan worden aangeboden, een plan waarbij de zieke zelf, noch de werkgever enige financiële schade ondervinden. Dus een win-winsituatie voor alle betrokkenen. De patiënt, de langdurig zieke kan financieel gestimuleerd worden om het werk geleidelijk te hervatten via zijn individueel re-integratietraject; de werkgever van zijn kant kan zijn ervaren werknemer weer in dienst nemen. Hij beslist autonoom via de arbeidsgeneesheer, in overleg met zijn werknemer, of zijn traject haalbaar en aanvaardbaar is of niet.

Het ziekenfonds, de overheid en de sociale zekerheid zien de langdurig zieke weer in het arbeidscircuit verschijnen en zullen ook hier de minderuitgaven ervaren. Alleen de langdurig zieken zonder uitzicht op werkhervatting zullen nog in het statuut van langdurig zieke blijven.

Delen

Hopelijk zullen door de nieuwe context de misbruiken van de zogenaamde overdreven getuigschriften voor arbeidsongeschiktheid, de welwillendheidsattesten, definitief tot het verleden behoren

Deze ganse procedure van re-integratie vergt uiteraard veel inzet en vertrouwen en aanpassingen van alle betrokkenen. Zo zal deze nieuwe taak inzake ziektecontrole en arbeidsongeschiktheid voor de adviserend geneesheren een ernstige bijkomende belasting betekenen. De behandelende artsen van hun kant dienen zich nog meer bewust te zijn van hun verantwoordelijkheid inzake het bepalen van de duur van de arbeidsongeschiktheid. De huisartsen zijn uiteraard de grootste voorschrijvers van arbeidongeschiktheid. 70 % van deze getuigschriften worden door huisartsen opgesteld. Hopelijk zullen door de nieuwe context de misbruiken van de zogenaamde overdreven getuigschriften voor arbeidsongeschiktheid, de welwillendheidsattesten, definitief tot het verleden behoren.

We kunnen besluiten dat langdurig ziek zijn in sommige gevallen moet kunnen, doch re-integratie in het arbeidsmilieu moet kunnen waar het kan, zowel bij de zuiver somatische aandoeningen als bij de vele gevallen met gemengde ethiologie, de psychosomatische aandoeningen, waaronder de vele gevallen van burn-out. Zowel de patiënt/werknemer, de werkgever als de maatschappij in het algemeen zullen dit als een zegen ervaren.

Lees meer over: