Petra De Sutter
Petra De Sutter
Hoofd van de afdeling Reproductieve geneeskunde UZ Gent, senator voor Groen.
Column

18/04/17 om 12:39 - Bijgewerkt om 15:43

Over hormoonverstoorders en waarom ze niet al lang verboden zijn

Ik ben enkele dagen met vakantie in Frankrijk. Gisteren organiseerde de Ligue contre le Cancer hier een symposium met als titel "Expositions aux pesticides et risque de cancers". In Frankrijk is er veel te doen rond hormoonverstorende stoffen. Bij ons veel minder... Waarom?

Even ter herhaling: hormoonverstoorders zijn chemische stoffen die ons hormoonsysteem ontregelen. Plastic (dat bisphenol A en ftalaten bevat), maar ook pesticiden en brandvertragers veroorzaken gezondheidsschade. Toxicologen en epidemiologen zijn het eens, honderden chemische stoffen beïnvloeden ons hormoonstelsel, vooral de gonadale en de schildklier-as. Daarover bestaat geen twijfel meer. Tik even in Pubmed 'bisphenol A' en 'reproduction' in, en u krijgt meteen meer dan 1100 hits. Alle onderzoeken wijzen in dezelfde richting: fertiliteitsproblemen, afwijkingen aan de geslachtsorganen, obesitas, kanker... Tik even 'pesticides' en 'cancer' in: meer dan 7500 hits.

Prof Jean-Pierre Bourguignon vertelde het nog recent op een VVOG-symposium, er zijn zelfs aanwijzingen dat beïnvloeding door hormoonverstoorders van de thyroïdfunctie tijdens de zwangerschap leidt tot cognitieve en gedragsstoornissen bij kinderen. Prostaat- en borstkanker, maar ook aandoeningen zoals myomen, endometriose en zelfs het PCO-syndroom zijn allemaal geassocieerd met blootstelling aan hormoonverstorende stoffen.

Dan volgt de logische vraag: waarom zijn deze stoffen niet al lang verboden? In Europa is enkel bisfenol A verboden in babyflesjes. Hormoonverstoorders zitten echter overal in onze voeding en drinkwater, in verpakkingen, we raken ze aan, we wrijven ze op onze huid en ademen ze in. Is dit geen zaak van volksgezondheid? En waarom zijn sommige landen (waaronder Frankrijk, maar ook een aantal Scandinavische landen) hier veel meer mee bezig dan België?

Delen

Het spreekt vanzelf dat een aantal hormoonverstoorders op termijn zullen verboden worden

Het antwoord is natuurlijk dat een verbod op hormoonverstoorders grote economische schade zou opleveren voor de chemische industrie. Het is namelijk gemakkelijk om de economische impact te berekenen van een algemeen verbod, maar veel moeilijker om de gezondheidsschade te berekenen die deze stoffen met zich meebrengen. Toch heeft Leonardo Trasande het gedaan. Hormoonverstoorders kosten jaarlijks aan de Europese Unie 157 miljard euro, en vooral pesticiden zijn hiervoor verantwoordelijk. Deze gezondheidsschade is echter moeilijk rechtstreeks aan te tonen en doet zich op lange termijn voor. Op een langere termijn dan binnen de welke de meeste politici zich moeten laten herverkiezen. En daar knelt het schoentje.

Economische schade voor de industrie en gebrek aan politieke verantwoordelijkheid zijn er samen verantwoordelijk voor dat er op Europees niveau weinig beweegt. Net zoals destijds met asbest en het roken van sigaretten, speelt zich een strijd af tussen gezondheidsexperts, lobbyisten van de industrie en politici die geen verantwoordelijkheid durven nemen. En wordt er gegoocheld met studies, onzekerheid gecreëerd en getreuzeld.

Het spreekt vanzelf dat een aantal hormoonverstoorders op termijn zullen verboden worden, maar hopelijk moeten er niet eerst nog duizenden doden vallen ten gevolge van kanker voor dit gebeurt. Dat is de duidelijke boodschap van Pierre Lebailly op het symposium van de Ligue contre le Cancer als hij het heeft over de pesticiden.

En waarom gaat Frankrijk verder dan ons land in de reglementering van hormoonverstoorders? Frankrijk heeft bisfenol A namelijk verboden in alle voedselverpakkingen en in thermisch papier. België doet enkel wat Europa oplegt. België is een belangrijke producent van het bisfenol A dat polycarbonaat bevat (20% van de totale Europese productie, goed voor 450 miljoen euro toegevoegde waarde per jaar en meer dan 15.000 jobs), Frankrijk produceert helemaal geen polycarbonaat. Zou er een verband zijn?

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info