Guy Tegenbos
Column

02/06/17 om 04:00 - Bijgewerkt op 01/06/17 om 17:34

Ook zij hebben het moeilijk

De politieke partijen hebben het moeilijk. Dat hun kiezers ontrouw zijn en van de ene partij naar de andere hoppen, dat waren ze al gewend. Nu gaat het nog dieper. Het aantal partijleden daalt. Drastisch zelfs. En de resterende leden komen minder naar partij-activiteiten.

Ze zeggen ook almaar vaker dat ze het niet eens zijn met de keuzen die hun partij maakt en dat die partij haar ideologie verloochent. Ze zijn zelfs niet meer trouw: ze stemmen ongegeneerd voor een andere partij.

Delen

De klassieke partijen worden bedreigd door 'entrepreneurpartijen': ondernemende individuen die erin slagen met één of enkele ideeën, grote groepen achter zich te scharen zonder echte partij.

De partijen pogen hun leden wel op andere manieren te betrekken. Bijna allemaal laten ze de voorzitter rechtstreeks verkiezen door de leden. Bijna allemaal organiseren ze een gezinsdag.

Op andere punten hebben ze zich al "aangepast". Ze doen nauwelijks nog een beroep op hun leden voor hun financiering. Ze beslisten dat de schatkist - de belastingbetaler - hen voortaan (royaal) financiert.

Ze hoeven hun leden ook niet meer te raadplegen om "te weten wat er leeft'; ze krijgen genoeg geld om opiniepeilingen te houden en goeroes in te huren.

Maar daarmee zijn niet al hun problemen opgelost. Er zijn bovendien nieuwe kapers op de kust. De klassieke partijen worden bedreigd door 'entrepreneurpartijen': ondernemende individuen die erin slagen met één of enkele ideeën, grote groepen achter zich te scharen zonder echte partij. Geert Wilders is een voorbeeld. Niks partij, niks partijprogramma, zelfs niet meedoen aan debatten, twitteren volstaat.

Donald Trump in de VS deed hetzelfde een beetje anders. Hij kaapte de Republikeinse partij die hem helemaal niet wou en bracht het tot president. Het hoeft niet altijd rechts-populistisch te zijn: Emmanuel Macron won de Franse presidentsverkiezingen zonder een partij te hebben. Nu probeert hij razendsnel kandidaten voor de parlementsverkiezingen te vinden: de helft 'burgers', de andere helft ex-verkozenen van andere partijen. Wat doe je daartegen als klassieke partij?

Onze partijen lijken twee strategieën te volgen.

De eerste leunt aan bij een ander nieuw fenomeen, de burgerbewegingen.

Veel partijen zetten zich open voor een inbreng van kritische burgers, leden en niet-leden. Groen en CD&V doen dat het meest. Wouter Beke, naast partijvoorzitter ook nog politicoloog, publiceerde er een theorie over in het Nederlandse tijdschrift "Christen Democratische Verkenningen". Hij spreekt van de "conversation party" - de dialoogpartij - als antwoord op de "entrepreneurpartij".

Sp.a-kopstuk Johan Vande Lanotte hervormt - of hernoemt - zijn lokale sp.a-lijst in Oostende tot een 'burgerlijst'.

De andere strategie vinden we zwak terug bij de meeste partijen maar zeer sterk bij N-VA. Die partij gelooft in de versterking van de oude aanpak van aanbod-partij: je moet niet zozeer leden en kiezers betrekken bij uw keuzen; verscherp uw keuzen en verdedig ze hard en bespeel de publieke opinie daarvoor elke dag en elk uur van de dag; de kiezers zullen wel volgen. De partij veranderde zich daarvoor van een Vlaams-nationale centrumpartij naar een rechtse partij en beoefent dagelijks de kunst van de politieke framing. Zo pogen partijen overeind te blijven in deze onzekere tijden.