Louis Ide
Column

13/09/17 om 05:00 - Bijgewerkt op 12/09/17 om 14:03

Onafhankelijke informatie voor artsen

Op vrijdag 8 september wijdde 'De Standaard' een artikel aan de ontslaggolf die op komst is bij de vzw Farmaka (http://www.standaard.be/cnt/dmf20170908_03060445).

Deze vzw verzorgt onafhankelijke artsenbezoeken met de bedoeling hen op een objectieve manier te informeren over de meest recente wetenschappelijke stand van zaken aangaande geneesmiddelen. Op die manier wenst de organisatie ervoor te zorgen dat artsen stoppen met te veel en te dure middelen voor te schrijven. Een nobele doelstelling die we enkel maar kunnen onderschrijven binnen het kader van evidence based medicine (EBM).

Voor de werking kopieert Farmaka het 'succesvolle' model van de farmabedrijven. Zo leggen de artsenbezoekers van Farmaka samen ongeveer 9.400 bezoeken af per jaar. De overheid betaalt ongeveer 1,2 miljoen euro per jaar voor die artsenbezoeken. Het totale budget van Farmaka ligt overigens nog hoger, ongeveer 3,5 miljoen euro.

Veel geld dus en daarom moeten we ons de vraag durven stellen of dit goedbedoelde initiatief dat Farmaka zeker is, effectief een meerwaarde biedt. En of er geen andere manieren zijn om artsen op een objectieve wijze in te lichten.

Delen

We kunnen het geld dat geïnvesteerd wordt in goedbedoelde initiatieven zoals Farmaka beter gebruiken voor goedkopere en efficiëntere digitale initiatieven

Eerste punt van kritiek is dat de artsenbezoekers van Farmaka overduidelijk enkel die artsen bereiken die hiervoor openstaan en dus moeilijker toegang zullen hebben tot de andere artsen. In de praktijk hebben ze vorig jaar 43% van de actieve huisartsen bezocht, waarbij artsen die openstaan voor EBM gemiddeld 3 keer werden bezocht.

Ten tweede ligt het zogezegde 'succesvolle' model van de farmabedrijven ook reeds enkele jaren onder vuur. Het aantal artsenbezoeken daalt systematisch wegens te duur en niet efficiënt en dus zetten de farmabedrijven andere middelen in. De belangrijkste reden hiervoor is dat steeds minder artsen laten zich leiden door de informatie die ze krijgen van artsenbezoekers. Artsen gaan immers sneller zelf op zoek naar onafhankelijke informatie die ze bijvoorbeeld terugvinden in de literatuur. In deze digitale tijden zijn er voldoende data voorhanden en ze zijn bovendien te raadplegen met een simpele muisklik op een ogenblik dat het de arts past. Voor een habbekrats kan elke arts trouwens via CEBAM vele toptijdschriften raadplegen.

Bovendien blijkt uit de literatuur dat deze onafhankelijke artsenbezoeken geen statistisch significante meerwaarde bieden om richtlijnen in de praktijk te brengen (Jeffery RA et al, BMC Family Practice 2015,16:147). Ook het KCE had al eerder zijn twijfels geuit over de efficiëntie van een dergelijke aanpak (KCE report 125A).

We kunnen het geld dat geïnvesteerd wordt in goedbedoelde initiatieven zoals Farmaka dan ook beter gebruiken voor goedkopere en efficiëntere digitale initiatieven zoals EBMPracticeNet en CEBAM (http://www.knack.be/nieuws/wetenschap/een-investering-van-1-3-miljoen-euro-en-we-staan-aan-de-internationale-top/article-opinion-636621.html). Dit vraagt slechts een kleinere investering van de overheid waarvoor de arts in ruil steeds de meest recente wetenschappelijke informatie verkrijgt die dan ook nog eens gemakkelijk te raadplegen is.

Goed beleid durft goed bedoelde initiatieven, waarvan de meerwaarde ter discussie staat, in vraag te stellen. Het is een nuance die ik totaal miste in het artikel in De Standaard.