Nieuwe richtlijn suïcidepreventie

30/03/17 om 23:30 - Bijgewerkt om 16:41

Bron: Artsenkrant

Gisteren 30 maart lanceerde het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP) een multidisciplinaire richtlijn voor de detectie en behandeling van suïcidaal gedrag. De richtlijn wordt aangevuld met een e-learningwebsite met concrete aanbevelingen.

Nieuwe richtlijn suïcidepreventie

© © Ianni Dimitrov

De richtlijn werd samen met de e-learningwebsite voorgesteld op een studiedag met sprekers vanuit zowel wetenschappelijke hoek als de klinische praktijk. "Bedoeling van de richtlijn is om de deskundigheid van artsen, psychologen, therapeuten en verpleegkundigen binnen de reguliere gezondheidszorg te verhogen in de omgang met suïcidale patiënten. De gevoeligheid en tegelijkertijd complexiteit van het thema maken dat hulpverleners zich daar onzeker bij kunnen voelen", legt professor Gwendolyn Portzky, coördinator van VLESP, uit aan Artsenkrant.

Belang detectie

De richtlijn stoelt op wetenschappelijke inzichten en is opgebouwd uit zes modules. In de eerste module komen voornamelijk theorie en achtergrond over suïcidepreventie aan bod. Daarin wordt onder andere beklemtoond dat suïcidepreventie een taak is voor elke hulpverlener, niet alleen voor specialisten zoals psychiaters en psychologen. Portzky: "Veel hulpverleners durven geen gesprek over suïcidaliteit aan te gaan en schuiven die taak door naar collega's. Het is echter belangrijk dat alle hulpverleners, dus ook artsen, alert zijn voor signalen van suïcidaliteit en hier iets mee doen".

Delen

Suïcidepreventie is een taak voor elke hulpverlener, niet alleen voor specialisten zoals psychiaters en psychologen

Vooral huisartsen spelen door hun eerstelijnspositie een belangrijke rol in het detecteren van psychisch lijden en suïcidaliteit. Op mogelijke waarschuwingssignalen, het aangaan van een gesprek over zelfmoord en het inschatten van het zelfmoordrisico wordt verder ingegaan in de tweede module.

Maar welke interventies kan je als arts ondernemen, eenmaal het suïciderisico gedetecteerd en in kaart gebracht is? In de derde module staan heel concreet situaties beschreven waarbij (gedwongen) opname aangewezen is, dan wel opvolging via ambulante hulp, het inschakelen van een mobiel crisisteam, of het aanbieden van psychiatrische thuiszorg.

Zorgcontinuïteit

"Dagelijks worden op de Vlaamse spoedafdelingen naar schatting 28 personen aangemeld na een suïcidepoging. Het werkelijke aantal suïcidepogingen ligt echter nog veel hoger omdat veel suïcidepogers niet op de spoedafdeling terecht komen", weet Gwendolyn Portzky. De meeste artsen en andere hulpverleners zullen in hun carrière dus ooit wel in aanraking komen met personen die een suïcidepoging ondernomen hebben. In zo'n situatie is het belangrijk de zorgcontinuïteit zoveel mogelijk te garanderen, zegt prof. Portzky. Module vier gaat daar verder op in.

Na een suïcide

De vijfde module gaat over de vraag wat na een suïcide. "Wanneer iemand overlijdt door suïcide, heeft dit een enorme impact op de mensen die achterblijven", zegt Gwendolyn Portzky. "De aanbevelingen in deze module kunnen een houvast bieden om goed te handelen na een suïcide, zowel op korte als op lange termijn. Zorg voor nabestaanden is hierbij cruciaal. Ook de zorg voor jezelf als hulpverlener komen aan bod."

E-learning tool

De richtlijn moet een uitgebreide aanvulling vormen op het reeds bestaande aanbod deskundigheidsbevordering, zoals de advieslijn ASPHA (Advies Suïcidepreventie voor Huisartsen en Andere hulpverleners), de steekkaarten Preventie van zelfdoding van Domus Medica enz.

Met zijn circa pagina's is het een stevige brok. Zullen artsen en andere hulpverleners wel de tijd vinden om de richtlijn überhaupt door te nemen? "Vandaar dat we ook een website ontwikkelden, om de richtlijn op een interactieve manier te leren gebruiken." Accreditering (Ethiek en Economie) voor elke module is aangevraagd én goedgekeurd. De e-learningtool kan u raadplegen op: www.zelfmoord1813.be/sp-reflex