Bart Van den Bosch
Bart Van den Bosch
CIO UZ Leuven en docent medische informatica
Column

12/04/18 om 08:42 - Bijgewerkt om 08:42

mHealth: laat ons leren uit het verleden

mHealth komt sterk op en zal niet meer verdwijnen. Dat is goed: het kan echt een nuttige rolspelen in de opvolging van patiënten vooral bij chronische pathologie. Maar er zijn een aantalgevaren die we kunnen vermijden als we uit de geschiedenis leren.

mHealth: laat ons leren uit het verleden

"Doordat de informatie verspreid is, zal de arts ook op verschillende plaatsen moeten zoeken naar die info", zegt Bart Van den Bosch. © cherezoff

In feite zien we nu een beetje de situatie die we hadden met ziekenhuissoftware in de jaren 80: versnippering. Een CIO van een grote Amerikaanse ziekenhuis groep zei "we've got 22 apps and we're not proud of that."

Overal vliegen nu firma's op de mHealth-markt, ze pikken er één domein uit en maken daar een app voor. Je krijgt een app voor diabetes, hypertensie, reuma,... Allemaal vertikale oplossingen, met een eigen user interface, eigen database, weer een nieuwe login, een extra portaal voor de arts, ... We belanden zo terug in de tijd van de best-of-breed toepassingen: allemaal silotoepassingen met een geweldige versnippering van het medisch dossier tot gevolg.

Die versnippering maakt niet alleen dat de patiënt verschillende apps moet hanteren, maar dat de attack surface (de plaatsen die hackers kunnen gebruiken om in te breken) veel groter is. Doordat de informatie verspreid is, zal de arts ook op verschillende plaatsen moeten zoeken naar die info. Daarom wil ik een pleidooi houden voor apps die gebruikt worden in kader van een zorgprogramma en dus ook geconnecteerd zijn met het dossier waar de arts die dat zorgprogramma stuurt, mee werkt.

Delen

Met al die apps krijgen we allemaal silotoepassingen met een geweldige versnippering van het medisch dossier tot gevolg

Losse apps die een beperkt aantal parameters volgen voor een specfieke diagnose in een systeem buiten het dossier, zullen een beperkt nut hebben. Apps zouden best de data die ze capteren toevoegen aan het dossier. Daar kunnen ze geïnterpreteerd worden in functie van alle andere data die over die patiënt gekend zijn. De app moet een extensie van het dossier worden en geen apart dossier. Het zijn niet de wearables die van mHealth een succes zullen maken. Persoonlijk vind ik die nu wat overroepen. Uiteindelijk zijn er nog maar enkele parameters die op een wetenschappelijke, economisch en ergonomisch verantwoorde manier met een wearable gevolgd kunnen worden. Dat zal morgen niet snel veranderen.

Conclusies trekken uit een handvol parameters alleen is medisch niet altijd relevant. Ze interpreteren in het licht van de andere info in het dossier geeft al iets meer mogelijkheden. Maar de echte waarde van mHealth ligt m.i. in de PROMs (patient reported outcome measures). Laat ons de patiënt veel korter opvolgen door hem op regelmatige basis outcome parameters te laten invoeren in een app, naar het dossier doorsturen en daar interpreteren samen met alle andere info van de patiënt. Op die manier kunnen we niet alleen korter op de bal spelen, maar ook differentiëren: patiënten die het goed stellen, minder frequent zien en diegenen die niet zo'n goede resultaten rapporteren, sneller.Vooral voor chronische pathologie waar de respons op behandeling sterk kan verschillen tussen patiënten, kan dit zorgen dat de bestaande middelen beter ingezet worden.We moeten dan nog voorkomen dat we verzuipen in data, maar dat is een onderwerp voor een volgende keer...