Live vanuit UZ Leuven: dagboek van de afdeling revalidatie

05/09/16 om 16:30 - Bijgewerkt op 06/09/16 om 10:18

Een week lang maakt Artsenkrant een krant in en over het UZ Leuven. Tijdens ons verblijf lopen we elke dag enkele uurtjes mee op een bepaalde dienst. Vandaag is dat de afdeling revalidatie op campus Pellenberg.

Live vanuit UZ Leuven: dagboek van de afdeling revalidatie

© AK

Een ziekenhuis dat ontwaakt, het heeft iets, zeker in deze tijd van het jaar en op de locatie van het UZ Leuven in Pellenberg. Een lage mist boven de velden, een bus die halfvol toekomt en leeg vertrekt, twee eenzame rokers onder het rokersafdak aan de ingang. De hittegolf ligt al een week achter ons, maar binnenin het ziekenhuis is het warm. Warm? Neen, bloedheet. Verpleegkundig manager Xavier Lemaitre zegt dat hij het weet. "En de patiënten ook", lacht hij. "Dit was oorspronkelijk een sanatorium maar toen het eindelijk 'af' was, waren er geen tbc-patiënten meer. Maar daardoor zijn alle kamers ook zuid-gericht." En in een gebouw van 50 jaar geleden kun je geen airco verwachten. Dus hoor je in de nog stille gangen het geratel van ventilatoren die patiënten vaak zelf hebben meegebracht en gutst het zweet na twee gangen langs je rug naar beneden. Zelfs om 8 uur 's morgens. Benieuwd wat het vanmiddag zal zijn...

Ander tempo

'Pellenberg', zoals iedereen het ziekenhuis hier kortweg noemt, bestaat nu nog uit drie stukken: orthopedie, het technisch blok en revalidatie. Het ziekenhuis ligt middenin het groen met een lange, rustige oprijlaan met op het einde - hét wonder van de dag - een niet-betalende bezoekersparking. Na een paar dagen kilometers vreten op de campus Gasthuisberg is dit een verademing. Ik zeg 'nu nog', want de therapietoren die eind dit jaar functioneel moet zijn, luidt ook een nieuw tijdperk in. Orthopedie verhuist tegen 2019 helemaal naar de campus Gasthuisberg. Pellenberg wordt louter revalidatie en van de drie revalidatie-afdelingen gaat het naar vier...

Dit ziekenhuis leeft op een ander tempo. De patiënten die er verblijven, ook. Want hoe je het ook draait of keert, voor haast alle patiënten die hier opgenomen worden, is het leven vaak in één klap helemaal veranderd. Vaak letterlijk in één klap: de klap van een auto, van een val, van een herseninfarct... Voor hen is er, na hun verblijf, een tijd 'voor' en een tijd 'na'.

Overal bij

De patiënten hier worden ook anders benaderd. Ze zijn hier meestal niet voor een paar dagen. Wie op revalidatie belandt, staat aan het begin van een 'ander' leven. "Mensen die hier binnenkomen, denken dat ze niets meer zullen kunnen. Dat het leven voor hen gestopt is. Maar wij tonen hen dat er wel degelijk nog leven mogelijk is. Vaak wel een ander leven. Een leven met hulpmiddelen, maar ook een leven dat kwaliteit biedt", zegt Xavier Lemaitre. Twee jongedames - twintigers, schat ik - passeren ons, op weg naar de ontbijtzaal. De ene zit in een rolstoel, de andere duwt haar met onvaste tred. De meisjes giechelen zoals alleen jongedames dat kunnen.

Samen eten in een aangename, kleinschalige eetzaal is een deel van de therapie. "Wij werken hier niet alleen multidisciplinair, maar vooral transdisciplinair. Elke therapeut werkt hier 'on the floor' mee. Wij spreken van een revaweb, met de patiënt die hier binnenkomt in het midden. Een patiënt die het hele web zal moeten doorlopen vooraleer hij opnieuw naar huis kan. Zelfredzaamheid, re-integratie en resocialisatie staan hier centraal. Alles is daarop gericht. Dus moet je als therapeut ook overal bij kunnen en willen zijn."

Ongelijke klinkers

Pellenberg gaat daar ver in. "Dit ziekenhuis is een gigantisch beschermd leerplatform. Buiten hebben we een vaardigheidsparcours gemaakt waarop patiënten alles kunnen uitproberen: kleine hindernissen, trapjes, allerlei soorten ondergrond... Tussen haakjes: de moeilijkste opdracht voor de aannemer was om een strook aan te leggen met ongelijke klinkers. In Vlaanderen kom je overal slecht aangelegde voetpaden tegen, maar die mens moest zijn grenzen echt verleggen om zoiets 'fouts' te plaatsen. Daarnaast hebben we een kleine fietsronde met rode lichten en verkeersborden en een grote fietsronde. Daarop hebben we ook een oude auto geparkeerd. Zo leert de patiënt om zich opnieuw in het verkeer te begeven."

In dezelfde lijn van 'probeer het hier maar eens uit' worden de patiënten gestimuleerd om in de gewone ziekenhuiscafetaria, tussen bezoekers, te gaan eten. "Ook wij moeten de patiënt leren loslaten", lacht Xavier. "Wij moeten hem de boodschap geven dat hij het wél kan, dat hij het maar aandurft..."

Terugkomdag

Xavier heeft nog een aantal frustraties, maar ook dromen. "Mensen die ernstig ziek zijn verdienen alle aandacht en steun. Met een beetje geluk genezen ze na een kwalijke tijd. De mensen die hier terechtkomen, staan voor een heel ander leven. Een amputatie heb je, levenslang. Zij verdienen meer middelen en steun dan nu het geval is. Ik wil hier ook zo graag een schoonheidsspecialiste die vrouwen na een beroerte helpt om hen opnieuw wat eigenwaarde te geven, hen terug helpt 'vrouw' te zijn. Straks willen we starten met een project met ervaringsdeskundigen... Dat contact is zo belangrijk."

Xavier holt naar zijn volgende opdracht: een handvol stagiairs dat wacht op deskundige uitleg. Over enkele uren is het hier extra druk want vandaag is het de wereldwijde Dag van de Dwarslaesie. Tientallen patiënten die hier behandeld zijn, komen naar de terugkeerdag. Het is druk op Pellenberg...

Pokémons vangen

Met bijna 70 waren ze er. Allemaal ex-patiënten van Pellenberg en hun familie. Mensen die van de ene op de andere dag in een rolstoel belandden. Het is voor UZ Leuven de eerste terugkeerdag voor patiënten met een dwarslaesie. Een van hen is Vincent.

Kliniekhoofd dokter Carlotte Kiekens was in haar korte speech anders wel duidelijk: de incidentie van patiënten met een dwarslaesie in België daalt. Een betere verkeersveiligheid en minder werkongevallen mogen die daling op hun rekening schrijven. Maar de mensen die hier, op deze terugkeerdag, aanwezig zijn, hebben hun lot niet kunnen ontlopen.

Het is sociaal assistente Yane Van Welderen die me Vincent aanwijst. Hij zal zijn verhaal wel willen vertellen. Niet als boodschap van wat er in het verkeer fout kan gaan. Wel als boodschap dat er nog leven is na een ongeval. Niet meteen het gemakkelijkste leven, maar wel leven.

Een klap en pijn. Meer kan Vincent (27) zich van het ongeval, op 3 oktober twee jaar geleden, niet meer herinneren. "Ik kreeg een telefoontje van de politie. Vincent had een ongeval gehad, maar 't was niet erg. Hij was bij bewustzijn", vertelt mama Hilde. "Maar toen ik in het ziekenhuis van Lier aan Vincent zijn bed stond, kloeg hij over hevige nekpijn. Hij zei me ook dat hij zijn benen niet meer voelde. Ik ben zelf verpleegster. Ik wist meteen hoe laat het was..."

Vincent had twee nekwervels gebroken en hij belandde in een coma die drie weken zou duren. De wervels werden vastgezet, maar het kwaad was geschied. "In het begin kon ik alleen maar mijn hoofd bewegen. En zelfs dat deed vreselijk pijn. Eigenlijk vindt iedereen het fantastisch dat ik nu mijn linkerarm en -hand nog zo goed kan gebruiken. Mijn rechterarm lukt nog wel, de hand wil niet meer mee", zegt Vincent. Exact een jaar en acht dagen lag hij in het ziekenhuis. "Het heeft lang geduurd, ik zag patiënten komen en vooral gaan. En ik bleef liggen." Vrienden kwamen eerst massaal, maar bleven weg. "Zelfs wij zijn vrienden verloren", zegt Hilde. Zij bleef de hele tijd de rots in de branding. "Net voor het ongeval was Vincent gescheiden. Zijn zoontje was toen vier jaar en hij was een week op de twee bij Vincent. Het ongeval en zijn hele ziekenhuisverblijf hebben daar niets aan veranderd. De kleine bleef om de week komen, maar hij verbleef bij ons, zijn grootouders."

Van bij het begin wist Vincent waar hij aan toe was. "De informatie en de begeleiding waren top", zegt hij. "Iedereen hier in Pellenberg is op elkaar afgestemd. Je krijgt een team rondom je en dat voel je. Zeker als je een moeilijke dag hebt. Dat kan. Ze proberen je ook te 'triggeren', te kijken wat je wil en wat je nog kunt."

Vincent was niet van plan om opnieuw thuis te gaan wonen. "Ik wilde zelfstandig wonen, mijn zoon zelf opvoeden. Hij zit nu in het eerste leerjaar, we kunnen samen oefenen met schrijven: hij rechts, ik links. En neen, voetballen en zwemmen kan ik met hem niet meer. Maar Pokémons vangen daarentegen!! Ik vond een woning die aangepast is, ik rijd opnieuw met de auto..." Volleyballen, de sport waarin Vincent uitblonk, hoort daar niet meer bij. "Ik heb vanalles geprobeerd", lacht Vincent. "Maar ik denk dat ik nu mijn sport heb gevonden: rolstoelrugby. En ik blijf wel in het bestuur van de volleybalclub."

Om zelfstandig te kunnen leven, voorziet de overheid behoorlijk wat hulpmiddelen. "Maar de administratie die je moet doorworstelen, is immens", zegt hij. "Ik kan me daar in opwinden, maar waar ik mij het meeste aan erger is het gebrek aan toegankelijkheid. De financiële steun compenseert nooit de beperkte toegankelijkheid voor rolstoelgebruikers in dit land. Ja, ik ga graag uit, maar in Lier kan dat niet want er is nergens een toilet waar ik in kan. In Leuven is er nu één openbaar toilet voor rolstoelgebruikers..."