Pieter Koopman
Pieter Koopman
Cardioloog, Jessa Ziekenhuis
Column

22/12/17 om 06:00 - Bijgewerkt op 21/12/17 om 16:28

Laten we allemaal gezonder gaan eten

Op een dag keurde de nieuwe regering een wetsvoorstel goed waarin voeding als absolute basisbehoefte beschouwd werd, en vanaf nu terugbetaald zou worden. Het voorstel werd unaniem op gejuich onthaald.

In warenhuizen moesten klanten slechts een luttele 5% 'hongergeld' betalen, en ook voor een restaurantbezoek was er een minimale bijdrage; de overheid paste de rest gul bij. In ruil daarvoor moest iedereen zich aansluiten bij een nieuw opgericht 'eetfonds', dat enkel bestond om de gelden van de overheid te collecteren en in ruil voor het kasticket terugbetaling te voorzien, in het bijzonder als de maaltijden de gezondheidsdriehoek respecteerden. De administratie van deze eetfondsen werd uitgebreid gesubsidieerd, liefst 10% van het totale 'eetbudget' van de overheid.

Door het voorstel kochten de mensen dolenthousiast de warenhuizen leeg, vooral de rekken met snoepgoed, koekjes, chocolade, vlees en pizza. Sommigen mochten zelfs hun rijkgevulde winkelkar buitenrollen voor maar 1 euro... De meeste mensen gingen ook quasi elke avond welgemutst met het hele gezin op restaurant. Waarom zou je zelf nog koken als je zo goedkoop uit eten kan gaan? De overheid organiseerde daarom volop kostelijke inspecties om na te gaan of elk restaurant - van McDonald's tot The Jane - wel de juiste ingrediënten respecteerde, en zeker geen extra amuses of tussengerechten aan de klanten probeerde aan te smeren. Er kwam bovendien een maximum bedrag per gerecht, ongeacht hoeveel sterren het restaurant in kwestie op de deur had staan. Sommige restauranthouders weigerden halsstarrig te conventioneren en bleven supplementen vragen om een hogere kwaliteit te kunnen blijven aanbieden.

Delen

De overheid organiseerde volop kostelijke inspecties om na te gaan of elk restaurant - van McDonald's tot The Jane - wel de juiste ingrediënten respecteerde, en zeker geen extra amuses of tussengerechten aan de klanten probeerde aan te smeren.

De bevolking bleef massaal uit eten gaan, en het overheidsbudget bleef maar groeien, zodat lineaire besparingen doorgevoerd werden om restaurantbezoeken goedkoper te maken. Uiteindelijk hoeft een driegangenmenu toch niet zoveel te kosten, niet? Er werd te veel boter gebruikt en ook te veel champignons, dus die werden maar voor de helft meer terugbetaald, maar mochten uiteraard niet aan de klanten aangerekend worden. Voorgerecht en dessert mochten ook niet meer gecombineerd worden; als dit toch aan de klant aangeboden werd, dan was het voorgerecht gratis. De sterrenchefs reageerden verbolgen door hogere supplementen te vragen.

Na vele jaren besliste minister Kapblok om het systeem eens grondig te veranderen. Vooreerst werd er terugbetaling voorzien voor waterrestaurants, waar maaltijden maximaal verdund werden tot er nog minder dan een molecule voedingsstof aanwezig was. Dat was nu eens gezonde voeding! Daarna werd een nieuwbakken voedseleconoom onder de arm genomen, die nog nooit zelf aan het fornuis gestaan had, en kip en kwartel niet uit elkaar kon houden, maar bij zijn gepeperde analyses vooral de dure kwaliteitsrestaurants onder vuur nam: het moest maar eens gedaan zijn met die kostelijke mootjes verse pieterman met vijgen op een bedje van dille en een zalfje garnaaltartaar, als de mensen even tevreden waren met een hamburger met frieten. Hij pleitte ervoor om alle koks in loondienst van de overheid eenheidsworst te laten bereiden voor hetzelfde budget. Supplementen werden verboden.

Delen

Er werd ook een aantal laagvariabele menu's geïdentificeerd, waarbij een vast budget voor het hele menu voorzien werd, ongeacht de voedselkwaliteit, het aantal gangen en de keuze van voorgerecht en dessert (of kaas)...

Restaurants dienden zich plots te organiseren in geografische netwerken, die een overkoepelend budget toebedeeld kregen. Minister Kapblok hoopte dat zo niet elk restaurant alle maaltijden meer zou aanbieden. Inwoners mochten daarbij enkel nog restaurants bezoeken binnen hun eigen netwerk. Ze zouden het wel niet zo erg vinden dat ze niet meer konden kiezen waar... Bovendien werd ook een aantal laagvariabele menu's geïdentificeerd, waarbij een vast budget voor het hele menu voorzien werd, ongeacht de voedselkwaliteit, het aantal gangen en de keuze van voorgerecht en dessert (of kaas)... Restaurants moesten het verder zelf maar uitvissen.

Tien jaar later konden de mensen terecht in één van de twee grootkeukens van hun netwerk, die uitgebaat werd door hun eigen eetfonds, en waar nog drie standaardmenu's gekookt werden voor dezelfde lage prijs. Er diende wel vier jaar vooruitgeboekt te worden, want de meeste grootkeukens lieten maar twintig mensen per dag toe, en dan nog enkel 's middags, want hun (middelmatige) koks werkten in loondienst van 9 tot 17 uur. Geen van de sterrenchefs was in het land gebleven.

Gelukkig was Oud-Sluis heropend, net over de grens... Minister Kapblok was er een vaak geziene klant. En je kon dan met het factuurtje achteraf nog naar je eetfonds, om - als het meezat - de prijs van het standaardmenu in eigen land terugbetaald te krijgen...

Pieter Koopman, cardioloog Jessa Ziekenhuis Hasselt