Paul Beke
Column

19/01/17 om 06:00 - Bijgewerkt op 18/01/17 om 13:59

Lange wachttijden, een ergerlijk probleem?

Veertig jaar geleden waren er in verhouding veel huisartsen en weinig specialisten. Elk regionaal ziekenhuis had zijn algemeen chirurg, zijn gynaecoloog, zijn algemeen internist, een pediater en een radioloog. Had de huisarts een patiënt met een ernstig probleem dat verder onderzoek vereiste, dan nam hij contact met de specialist die de patiënt veelal onmiddellijk in het ziekenhuis voor een consult kon ontvangen.

Soms reed de huisarts zelf met de patiënt naar het ziekenhuis omdat de familie vaak geen eigen vervoer had. Er waren geen wachttijden, er was een onmiddellijke dienstverlening zowel bij dag als bij nacht. De specialist verzorgde nog zelf de spoeddienst, voor zover er een afzonderlijke spoedafdeling bestond.

Doolhof

In mijn dorp dat er toen nog heel anders uitzag waren er toen vier huisartsen , nu zijn dat er 16 geworden voor een bevolking die evolueerde van 12.000 tot nu 16.000 inwoners. In het lokale ziekenhuis waren er toen vijf specialisten, nu zijn er een 60-tal in alle mogelijke super- en subspecialisaties. Een patiënt vindt door het bos de bomen niet meer terug. Gelukkig is er nog de huisarts, de ideale zorgverstrekker en begeleider, om de patiënt de juiste weg te wijzen in deze doolhof van specialismen en specialisten.

Onlangs nog probeerde een patiënt met een acuut knieprobleem een afspraak te maken op de dienst orthopedie. Hij meldde zich aan met zijn verwijsbrief en kreeg een afspraak met een wachttijd van vijf weken. Het secretariaat stelde voor dat de huisarts zelf de afspraak zou maken, zo zou de wachttijd veel korter kunnen zijn. Zo gebeurde en gelukkig kon al na drie weken een 'opengevallen' afspraak door mijn patiënt ingevuld worden. Wat niet belet dat hij toch drie weken diende te wachten met een zeer pijnlijke knie. Rust en pijnstillers werden voorgeschreven, hij werd werkonbekwaam verklaard en moest bij het ziekenfonds worden ingeschreven. Dat alles kost allemaal heel veel tijd en heel veel geld aan de maatschappij, aan de werkgever en aan de patiënt zelf. Een zeldzame keer gebeurt het wel eens dat na deze wachttijd de pijn en de zwelling weg zijn, dat de functio laesa beperkter is en dat de afspraak kan worden afgezegd en het werk vervroegd hervat.

Vraag en aanbod

Lange wachttijden zijn een algemeen probleem in ziekenhuizen en poliklinieken. In Nederland is het fenomeen nog erger. Daar variëren de wachttijden naargelang het specialisme van drie weken voor een chirurg tot drie maanden voor een reumatoloog, een oogarts of een pijnspecialist. Wachten voor een raadpleging is niet alleen heel erg vervelend, soms ook nadelig of fataal voor de ziektetoestand van de patiënt. Sommige tumoren - mond- en keeltumoren bijvoorbeeld - kunnen in die tijd heel erg doorgroeien zodat ze zelfs niet meer kunnen worden behandeld.

De huisartsen in onze kring stellen geërgerd vast, en dat blijkt bijna de algemene regel te worden, dat hoe meer specialisten er in een ziekenhuis of polikliniek zijn van een bepaald specialisme, hoe langer de wachttijden. Het lijkt tegenstrijdig doch de feiten zijn wat ze zijn. Een dagelijkse ergernis die de relatie met sommige ziekenhuizen en specialisten niet ten goede komt. En dat is toch wel jammer voor een land dat prat gaat op een gezondheidszorg die kwalitatief tot de top van de wereld behoort.

Delen

Hoe meer specialisten er in een ziekenhuis of polikliniek zijn van een bepaald specialisme, hoe langer de wachttijden. Het lijkt tegenstrijdig doch de feiten zijn wat ze zijn.

Is dit alleen een gevolg van een te grote vraag en een te weinig aanbod? Een te grote vraag vanwege de patiënten en een te klein aanbod van specialisten? Reactie hierop is dat de ziekenhuizen meestal specialisten met meer geavanceerde apparatuur aanwerven waardoor de wachttijden tijdelijk kunnen worden ingekort, maar na een tijdje nemen die weer toe en herbegint het probleem. Zo komen we in een vicieuze cirkel terecht, met als gevolg dat de zorg duurder wordt en voor heel wat patiënten problematisch en onbetaalbaar.

Slim agendabeheer

Hoe kan men iets aan het probleem doen? In Nederland zijn reeds verscheidene initiatieven opgestart om de wachttijden in te korten. Zo is er het project Werken zonder Wachtlijst (WZW) waarbij een team onder leiding van een medisch specialist tracht om de beschikbare ruimtes, mensen en middelen in het ziekenhuis slim in te zetten. Zo worden de gaten in de agenda en het spreekuur ingevuld, werkt men met een open agenda waarbij de patiënt of de huisarts zelf de afspraak maakt en zicht heeft op de reële wachttijden. Voor de meeste specialistische raadplegingen is een verplichte verwijzing door de huisarts vereist. Resultaat van dit initiatief: de gemiddelde wachttijd daalde snel van 47 naar 21 dagen en na drie jaar bedroeg de wachttijd nog om en bij de 18 dagen.

Wat kan de patiënt zelf kan doen? Een mogelijkheid is uiteraard dat hij zich eerst tot zijn huisarts wendt en hem desgevallend vraagt om een afspraak bij de specialist te maken. Maar dat is dan weer belastend voor de huisarts. Hij kan ook vragen naar opengevallen plaatsen in de agenda of ... zich afvragen of een vervolgafspraak wel absoluut noodzakelijk is.

Wat is een grote rem op het systeem? Hoe komt het dat de wachttijden voor privéraadplegingen bij specialisten soms korter zijn dan de wachttijden die dezelfde specialisten in de poliklinieken en de ziekenhuizen hanteren?

Oplossingen zijn niet zo vanzelfsprekend. Ik verwijs naar mijn column van november 2016, naar de studies betreffende onnodige therapeutische handelingen, ingrepen en behandelingen in Nederland en het Verenigd Koninkrijk en de medische overconsumptie ten koste medische onderconsumptie bij patiënten die bepaalde therapeutische handelingen absoluut nodig hebben, aan de kaak stellen. Laat dan het verwijssysteem wat strenger zijn waarbij de huisarts de coach is die in overleg met zijn patiënt bepaalt welke verwijzing noodzakelijk is en bij welke specialist de patiënt zich kan aanmelden. Heel wat onnodige raadplegingen kunnen op die manier voorkomen worden.

Gestroomlijnd kader

Ik heb persoonlijk een enorm respect en bewondering en vaak ook verwondering voor bepaalde specialisten en specialistische handelingen, doch er loopt duidelijk iets mis. We moeten de balans weer in evenwicht zien te brengen, de balans tussen vraag en aanbod. Dezelfde bewondering en verwondering heb ik voor de collega's die, gedreven door een passie, een drive hebben voor dat prachtige, veelzijdige en boeiende beroep van huisarts. Een vlotte gestroomlijnde relatie huisarts-specialist zonder de hoger vermelde irritaties en frustraties veroorzaakt door de lange wachttijden, waarbij de patiënt via zijn huisarts de beste zorg kan krijgen van de beste specialisten, daar heeft elke patiënt recht op.

Laat de moderne huisarts zijn prachtige werk verrichten. In normale omstandigheden kan hij 80 tot 90% van zijn patiënten zelf verder helpen en behandelen, terwijl de overige 10 à 20% die specialistisch onderzoek en advies of behandeling nodig heeft geen belemmering mag ondervinden van de vermelde lange wachttijden.

In een dergelijk medisch kader zal elke medicus zijn specifieke plaats vinden en zal de patiënt zich niet ongepast op de spoedafdeling van een ziekenhuis gaan aanmelden, daar waar de huisarts best geplaatst is om de eerste opvang te verzorgen. Wie het schoentje past, trekke het aan. Want geloof me, er is echt werk aan de winkel.