Louis Ide
Column

23/02/17 om 10:18 - Bijgewerkt op 24/02/17 om 12:54

Kwaliteit van testen: twee maten, twee gewichten?

Onlangs kwam er een stagiaire geneeskunde langs in het laboratorium. Haar bezoek deed me eraan herinneren dat er het hele jaar door vele stagiairs rondlopen in ons ziekenhuis, maar dat er maar zelden eentje de weg vindt naar het laboratorium. Aanleiding voor haar bezoek was haar vraag aan de kinderartsen of ze wisten naar welke kiemen gezocht wordt in het laboratorium in geval van diarree. Zijn dat alle kiemen? Of een bepaald aantal kiemen? Alleen de pathogene kiemen? En zo ja, welke dan? Iedereen moest het antwoord schuldig blijven.

Voor vele zorgverstrekkers, inclusief artsen, is het laboratorium een black box. Je stopt er als het ware een staaltje in en er komt een getalletje uit. Voor vele zorgverstrekkers is een test ook positief of negatief. Zwart of wit. Velen hebben wel een notie van sensitiviteit, specificiteit, positief predicitieve waarde en negatief predictieve waarde. Maar ik durf wedden dat velen het horen donderen in Keulen als ze zouden gevraagd worden het theorema van Bayes toe te passen bij het interpreteren van testresultaten. Toch denk ik dat vele artsen best wel weten dat bijvoorbeeld BNP of D-dimeren goede uitsluiters zijn. Maar ik vraag me af wat een arts voorschrijft bij een patiënte van 80 jaar met dysurie en waarvan we in de urine een Enterococcus faecalis vinden. Zouden artsen ook weten dat de CV's van glucometers zo slecht zijn dat het verdomd opletten geblazen is als men zich hierop baseert voor een diagnose?

Delen

Is het niet bizar dat testen 'gewoon' worden aangeboden in de apotheek?

Testen zijn niet eenvoudig te interpreteren, maar ook de analyse zelf is niet altijd vanzelfsprekend. Zouden mijn collega's weten dat een test gevalideerd moet worden? Zouden zij weten dat het belangrijk is de intra- en interindividuele biologische variatie, de totale fout, de imprecisie en inaccuraatheid te kennen van een test? Zouden zij weten dat er dagelijks allerhande controles worden opgezet zodat een waarde van pakweg 1.536 µg/L wel degelijk, bij herhaalde test, 1.536 µg/L is? Zouden ze beseffen dat een laboratorium bijzonder zwaar gecontroleerd wordt door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid en dat we moeten deelnemen aan externe kwaliteitscontroles?

Is het dan niet bizar te moeten vaststellen dat testen 'gewoon' worden aangeboden in de apotheek? Wie garandeert de kwaliteit van die testen? En neen, een CE-label is niet voldoende, Roundup heeft dat label ook... Ik denk persoonlijk dat de apotheker geen vragende partij is om dergelijke testen in de apotheek aan te bieden. Ligt de kerntaak van de apotheker niet elders? De apotheker zou trouwens veel meer gebaat zijn bij een substitutierecht voor generische geneesmiddelen. Zeker omdat met het elektronisch voorschrift de informele substitutie die reeds bestond tussen huisarts en apotheker een stuk moeilijker zal lopen.

Ook huisartsen worden meer en meer geconfronteerd met allerlei testen die ze in hun praktijk kunnen aanwenden (zoals voor de bepaling van de bloedstolling). Zouden zij onderhoudscontracten hebben? Zouden zij controles draaien? Hebben ze procedures? Doen ze interne controles en participeren ze in externe controles?

Ik zal hier heel duidelijk zijn. Ofwel staat men dit toe en vallen al deze testen onder dezelfde wettelijke verplichtingen als die voor laboratoria. Bijgevolg zal het WIV apotheken en huisartsenpraktijken moeten controleren op validatie, kwaliteitscontroles, procedures, etc. van deze testen. Ofwel doet men dit niet. En laat men bijgevolg de laboratoria ook met rust. Dat bespaart me alvast een hoop werk en mijn testjes zullen kunnen draaien als nooit te voren zonder 'rompslomp'. Men moet weten wat men wil, maar aan echte wetenschappelijke kwaliteit hangt een prijskaartje. Indien het nog steeds waardevol bevonden wordt dat laboratoria kwalitatief top moeten zijn en daarop gecontroleerd worden, zal ik hetzelfde eisen van diegenen die testen aanbieden in een andere context. Level-playing field heet dat.

Tot slot, onbekend maakt onbemind. Ik roep mijn collega's klinisch biologen op klinisch te worden en/of te zijn, voor zover ze het nog niet zouden zijn. Ik bedoel hiermee dat hun activiteiten het laboratorium moeten overstijgen en dat ze hun impact -die er wel degelijk is- moeten aanwenden in de klinische praktijk. Vele laboratoria zitten immers verscholen in de kelders van een ziekenhuis. Zelfs in nieuwe ziekenhuizen durft men het lab nog steeds in de kelder te duwen. Het doet hen geen goed. Daarom ben ik trouwens blij dat mijn eigen lab vanuit de centrale hal zichtbaar is (op de eerste verdieping). Dat leidt soms tot de opmerking dat men verrast is dat "daar wel degelijk gewerkt wordt". En of er gewerkt wordt! Ik roep mijn collega's artsen dan ook op om gebruik te maken van de expertise in het lab. Deze expertise zit hem in de correcte interpretatie van wetenschappelijk gevalideerde tests en dit te vertalen naar een juiste klinische impact. Maak graag gebruik van de verborgen expertises op vlak van hemovigilantie, microbiologie, infectiecontrole, antibioticabeleid... Kom gerust ook even langs in het lab, er staat heus meer dan een kop koffie op je te wachten!