Marc Cosyns
Marc Cosyns
Dokter verbonden aan de UGent
Column

11/01/17 om 15:00 - Bijgewerkt op 10/01/17 om 15:52

Kanttekeningen bij het heengaan van Peter Van Straaten en John Berger

Hij stond in de lijst van de te verwachten doden. Niet met stip maar toch. De Nederlandse lijst, niet de DeathList van 50 celibrities die de UK-media halen.

Peter van Straaten °1935. Ondertussen zijn de speciale feestuitgaven, nog gepubliceerd voor zijn dood, uitverkocht: 'Nog iets te vieren?' en 'Hoe zo oud?'.

Op 3 november 2016 ontving hij nog de inktspotprijs voor beste politieke prent, getekend op 80-jarige leeftijd. Twee vrouwen in het trapportaal. 'Ik ben geen vluchteling. Ik woon al twintig jaar naast u.'

Hij won de prijs vijf keer. "Ik dank de jury en groet al mijn collega's, die ik kan beloven: dit was de aller-, allerlaatste keer voor mij. Ik ben helaas uitgewerkt", stuurde hij. Zijn laatste cartoon verscheen in de NRC-krant op 2 augustus. Een stel in zwemgoed aan zee bij de ondergaande zon. 'Daar lag Engeland'.

Delen

Valt er 'nog iets te vieren' van oud naar nieuw in het licht van al die memorabele doden?

Sinds 1994 hangt Peter's zeurkalender in ons huis, in de open keuken onder de klokthermostaat. Ik beken, ik ben hem soms afvallig geweest. Tussen de verschillende alsmaar toenemende scheurkalenders die de jaren erna volgden, dit jaar tel ik er 52, hebben we soms iets anders geprobeerd, meestal door toedoen van de kinderen die Peter met afkapping 's maar niets vonden, zeker als ik het probeerde uit te leggen.

Maar eens kinderen buitenhuis, kwam hij terug. Mijn kleinkinderen zullen hem niet zien hangen, want dit jaar is de laatste keer, nu hij uitgewerkt is.

Zijn verleden kan ik in al zijn uitgaven koesteren. Ik ben fan, vanaf 1972. Het jaar dat ik alleen vanuit een provinciestadje naar Leuven Vlaams post '68 trok om geneeskunde te studeren, de Vader & Zoon-strip ontdekte en besliste niet meer thuis te wonen. Van Straaten won in 1972 de LOF-prijs voor de Nederlandse journalistiek voor de Vader & Zoon-strip, lees ik nu memoriaal.

John Berger °1926.

Hij heeft de deathlist nog nooit gehaald. Hij won in 1972 de Booker Prize voor zijn experimentele roman G. Ik herinner mij de opschudding tijdens de uitreikingsceremonie omdat hij de helft van het prijzengeld aan de Black Panthers zou geven.

Ik heb dat boek pas veel later gelezen toen ik in de ban was van mijn geliefde Gita, die haar brieven naar mij ondertekende: G met een punt. In Leuven las ik 'A Fortunate Man-1967'. Het stond onderaan op het lijstje 'aan te raden boeken voor geneeskundestudenten' van de professor wijsbegeerte Gerard Verbeke, wiens cursussen ik facultatief volgde.

Ik was toen vooral in de ban van de foto's van Jean Mohr. Achteraf besef ik dat Bergers boek(en) samen met de film Roodbaard (Akahige-1965) van de Japanse regisseur, Akira Kurosawa en het foto-essay 'Country Doctor-1948' van de Amerikaanse fotojournalist W.Eugene Smith mij in 1972 leerden kijken als ways of seeing naar wat huisdokter kon betekenen. Want huisdokter wou ik worden, of dokter in een ontwikkelingsland of een rampgebied.

Wie herinnert zich nog het intens aangrijpende beeld van 'Tomoko Uemura in Her Bath' in Life-magazine? Een moeder wast haar dochters lichaam, verminkt door de Minamata disease. De blik is teder maar ook vol afgrijzen en woede om de niet erkenning van wat die industriële kwikvervuiling teweegbracht.

John Berger zou in zijn latere boeken vele andere voorbeelden van onzichtbare stads-en industriële vervuiling maar ook andere misbruiken zichtbaar maken. 'Waar weinig anders is en beelden ontbreken, zijn woorden belangrijk'.

Peter van Straaten en John Berger bleven actief tot kort voor hun overlijden, Peters laatste werk op zijn 80, Johns laatste op zijn 90. Mijn jongere collega's in de praktijk noch de haio's in mijn seminariegroep kennen hen, tenzij misschien van 'doe ik het goed?'

Deze website maakt gebruik van cookies om uw gebruikservaring te verbeteren. Door verder te surfen, stemt u in met ons cookie-beleid. Meer info