Lode Godderis
Lode Godderis
Professor arbeidsgeneeskunde KU Leuven, directeur onderzoek IDEWE
Column

01/02/18 om 06:00 - Bijgewerkt op 30/01/18 om 13:17

Hoe kleiner, hoe fijner, hoe gevaarlijker het stof

Fijnstof is een containerbegrip, maar toch is het een belangrijk om een onderscheid te maken van de gezondheidseffecten van de stofdeeltjes op basis van de diameter. Want size matters!

PM10, PM2.5 en PM0.1 zijn partikels met een diameter tot respectievelijk 10, 2.5 en 0.1 micrometer die we kunnen analyseren en meten. Momenteel zijn we in staat om ook nog kleinere deeltjes in de nano-range met een diameter kleiner dan 100 nanometer te quantificeren. Toch worden die deeltjes niet specifiek gemeten en opgevolgd in de context van luchtkwaliteit. Er bestaat er ook nog geen grenswaarde, terwijl net die kleine deeltjes het grootste probleem vormen.

De grootte van de deeltjes bepaalt hoe diep de deeltjes in onze longen kunnen binnendringen. Deeltjes met een diameter groter dan 10 micrometer die we inhaleren, worden grotendeels tegengehouden door de neus en keel en worden dus niet ingeademd. Deeltjes onder de 10 micrometer komen tot diep in de longen terecht en partikels kleiner dan 2,5 micrometer komen via de longblaasjes gemakkelijk in de bloedvaten terecht. Vooral nanopartikels raken gemakkelijk door het longepitheel, dat de grens vormt dus de ademlucht en het bloed. Deze natuurlijk barriere is 100 tot 200 nanometer dik, dus ongeveer dezelfde dimensies als een nanopartikel.

Hoe kleiner het fijnstof, hoe schadelijker ze zijn voor onze gezondheid. Het zijn vooral de fijnste stofdeeltjes die hart- en vaatziekten, astma, bronchitis en longkanker veroorzaken door ontstekingreacties bij vooral kinderen, ouderen en zieken. Luchtvervuiling kost ons gemiddeld negen maanden van ons leven. Om mensen te beschermen tegen de schadelijke stoffen in het milieu worden milieunormen opgesteld. Deze normen komen tot stand door consensus waarbij er naast wetenschappelijke evidentie ook economische en technische mogelijkheden in rekening worden gebracht.

Hierdoor zien we vaak grote verschillen tussen instanties, landen en zelfs regio's. Dat bijkt ook heel duidelijk met de huidige Europese norm, die duidelijk niet voldoende beschermt en dus onder die norm blijven is niet voldoende voor het vermijden van mogelijke gezondheidseffecten. Dat blijkt duidelijk uit twee recente papers gepubliceerd in de Journal of the American Medical Association en The Lancet. In het ene onderzoek vond men een verband tussen een toename van blootstelling aan PM2.5 met 10 microgram fijn stof extra per kubieke meter lucht en toename in kortetermijnsterfte bij 65+ ers met één procent. Fijnstof blijkt dus naast lange termijnseffecten ook op korte termijn tot zelfs dodelijk gezondheidseffecten te geven.

Delen

Bij fijnstof denken we vooral aan drukke snelwegen en steden, maar binnenshuis is het probleem minstens even groot

In een ander onderzoek werd een gezondheidswandeling in het autoluwe deel van het Londense Hyde Park volledig teniet gedaan door het kuieren in de drukke winkelstraat Oxford Street. Vooral de elasticiteit van long- en vaatwanden van zowel longlijders als gezonde vrijwilligers werden aangetast waardoor ze meer hoesten en piepen en soms in ademnood kwamen. Ook hier bleek niet alleen fijn stof de boosdoener zijn, maar vooral het ultrafijn stof en dieselroet.

Doordat Nederland en België dichtbevolkt zijn, drukke verkeersaders en er veel industrie is, zitten we momenteel op elf tot vijftien PM2.5-deeltjes per kubieke meter. De EU legt de gemiddelde jaargrens voor PM2.5 op 25 microgram per kubieke meter. De Wereldgezondheidsorganisatie legt de grens op 10 microgram per kubieke meter en niet meer dan 3 piekdagen (dagen met meer dan 25 microgram per kubieke meter) per jaar. Dat lage niveau halen we in België nagenoeg nergens.

Bij fijnstof denken we vooral aan drukke snelwegen en steden, maar binnenshuis is het probleem minstens even groot. Volgens cijfers van de Intergewestelijke Cel voor het Leefmilieu komt liefst 59 procent van de hoeveelheid fijnstof van processen zoals houtverbranding in kachels en haarden, van koken, en in mindere mate van kaarsen en cosmetica. Dus naast verkeersmaatregelen moeten we ons bewust zijn van de maatregelen die we zelf binnenhuis kunnen nemen.

Lage-emissiezones zoals in Brussel en Antwerpen en elektrische auto's zullen ons milieuprobleem niet volledig oplossen, maar het helpt wel om onze bewuster te leren omgaan met de ecologie van de mobiliteit. Rest nu nog actie van onze politici om uiteindelijk werk te maken van de verlaging van de Europese normen die nu veel te hoog zijn om inwoners te beschermen. Want nu juichen omdat we de Europese norm halen is duidelijk onze kop in het zand steken.