11/01/18 om 06:00 - Bijgewerkt om 11:01

Hoe helpen we hardnekkige vooroordelen over vaccins de wereld uit?

Alsmaar meer ouders wantrouwen vaccins en laten hun kinderen niet meer vaccineren. Uiteraard is dat niet zonder risico. Want niet alleen lopen de kinderen een individueel risico op besmetting, op termijn kan het de immuniteit van de bevolking in het geheel in het gedrang brengen. Zorgverstrekkers kunnen een belangrijke meerwaarde betekenen om het blijvende belang van vaccinatie aan de burgers uit te leggen. Elke keer opnieuw. De rol van de huisartsen en huisapothekers is daarbij cruciaal.

De redenen waarom ouders hun kinderen niet laten vaccineren zijn van allerlei aard. Sommige ouders laten hun kinderen niet inenten omwille van geloofsovertuigingen. Ook de vrees voor ernstige bijwerkingen is voor velen een reden om hun kinderen niet te laten vaccineren. De komst van het internet, sociale media en fake news hebben daaraan enkel bijgedragen. Dat sommige vaccins autisme of verlamming kunnen veroorzaken, bijvoorbeeld, blijft een hardnekkige mythe. Google de woorden 'vaccin' en 'autisme' en je krijgt meteen een stortvloed aan websites, blogs en artikels waarin men stelt dat vaccins autisme kunnen veroorzaken. Logisch dus dat ouders beginnen twijfelen... En toch, huisartsen en apothekers kunnen in hun veelvuldige contacten een verschil maken.

Andere ouders denken dan weer dat vaccineren gewoonweg niet meer nodig is, omdat de ziektes niet meer voorkomen. Terwijl het juist dankzij de vaccins is dat de ziektes zich niet meer voordoen. Als echter genoeg burgers zo gaan redeneren, is het slechts een kwestie van tijd vooraleer ziektes waarvan we veronderstelden dat ze voorgoed tot het verleden behoorden, opnieuw hun intrede maken.

Uit een onderzoek van de Universiteit Antwerpen en de KU Leuven blijkt dat intussen één op de vijf jonge moeders twijfelt of ze haar kinderen wel zal laten vaccineren. Bijna 40% van de ouders is bezorgd over ernstige bijwerkingen van vaccins. En 32% gelooft dat nieuwe vaccins risicovoller zijn dan vaccins die al langer in omloop zijn.

Momenteel beïnvloeden deze wantrouwige gevoelens de vaccinatiegraad nog niet in bedreigende mate. We staan echter nu voor de keuze hoe we met deze perceptie over vaccinatie omgaan. Zorgverstrekkers, patiëntenverenigingen, Kind en Gezin, en de overheid kunnen het verschil maken. Die laatste speelt daarin een belangrijke rol. Zij kan correcte informatie op een toegankelijke manier beschikbaar maken en regelmatig investeren in informatiecampagnes, zowel op papier als online. Een stoffig foldertje in het dokterskabinet volstaat niet langer. We komen aan onze informatie via Google, niet via folders. De overheid kan uiteraard paniekzaaiende websites niet gaan verbieden, maar kan wel een duidelijk tegengewicht bieden.

Bovendien is er een groep professionals die vaak over het hoofd wordt gezien wat informatieverstrekking rond vaccins betreft. Huisartsen en apothekers bevinden zich in een uitstekende positie om advies te geven aan jonge ouders. Ze zijn vaak het eerste aanspreekpunt en voor veel ouders aanvullend aan Kind en Gezin. Vlaanderen telt grofweg zo'n 8.000 huisartsen en 2.500 apothekers. Ze zijn lokaal verankerd en kennen hun patiënten. Voor preventie- en sensibiliseringsbeleid is dat een enorme troef. Vele burgers vertrouwen - met reden - op het advies van hun huisarts en/of apotheker. Een gelijkgestemd advies over vaccins van beide gezondheidsverstrekkers zou het wantrouwen van vele twijfelende ouders kunnen wegnemen.

Delen

Er is een groep professionals die vaak over het hoofd wordt gezien wat informatieverstrekking rond vaccins betreft. Huisartsen en apothekers bevinden zich in een uitstekende positie om advies te geven aan jonge ouders.

Zo'n gecoördineerde, gelijkgestemde communicatie lijkt vanzelfsprekend, maar is het daarom niet per se. Een beargumenteerd betoog vindt vaak pas gehoor wanneer het vaak herhaald wordt. Wanneer de overheid, Kind en Gezin, de huisarts én de huisapotheker eenzelfde boodschap geven, is de kans op aanvaarding groter. Een manier om dat te bewerkstelligen is een infomoment te organiseren voor de medewerkers van Kind en Gezin, de huisartsen en apothekers samen. Niet alleen is dat efficiënt wat tijd en middelen betreft, het biedt ook de gelegenheid aan de apothekers, artsen en medewerkers om ervaringen uit te wisselen en meer te netwerken. Op die manier kunnen onze zorgverstrekkers hun kennis delen en twijfelende, onzekere ouders overtuigen hun kinderen te beschermen. Samen zijn we immers zo veel sterker en krachtiger. Een mooi uitdaging voor een nieuw jaar.

Freya Saeys, huisarts en Vlaams Volksvertegenwoordiger voor Open VLD

Hilde Deneyer, Algemeen Directeur Vlaams ApothekersNetwerk