Paul Beke
Column

04/01/18 om 12:11 - Bijgewerkt om 13:59

Evaluatie Wet Euthanasie dringend noodzakelijk

Tot mijn grote verbazing las ik op tweede kerstdag het verhaal in de krant van een heel specifiek geval van euthanasie, waarbij de wettelijke zorgvuldigheidscriteria blijkbaar helemaal niet werden gerespecteerd.

Dat doet zich voor net op het ogenblik dat er enerzijds een breed draagvlak is gegroeid voor het uitvoeren van euthanasie - en er van uit een bepaalde hoek kritiek wordt geuit op het toepassen van palliatieve sedatie (zie mijn vorige column) : men wil strengere criteria bepalen voor de toepassing ervan.

Anderzijds wordt er aangedrongen om de bestaande euthanasiewet uit te breiden naar dementerenden en patiënten met een uitbehandelde psychiatrische problematiek.

Tweederdemeerderheid

Perplex sta je erbij en van verstomming geslagen als ik lees dat er in de Federale Commissie voor Evaluatie van Euthanasie ( FCEE) in dit specifiek dossier geen tweederdemeerderheid werd gevonden om de casus niet door te sturen naar het parket , terwijl alle zorgvuldigheidscriteria manifest werden genegeerd.

Het betrof blijkbaar een problematiek van polipathologie met elementen van dementie en van een Morbus Parkinson waarbij het de familie was die het verzoek tot het toedienen van het dodelijk spuitje, van een euthanasie, indiende.

Geen verzoek van de patiënt zelf, en geen voorafgaand advies van een tweede arts. Het tweede advies werd pas achteraf geschreven en aan het dossier toegevoegd.

In dit geval is er wettelijk helemaal geen sprake van euthanasie. Blijkbaar vond een meerderheid van de 16 stemgerechtigden van de evaluatiecommissie dat ook, maar geen tweederdemeerderheid. En dus waren er niet voldoende stemmen om het dossier door te sturen naar het parket.

Evaluatie

In deze casus zijn duidelijke raakvlakken met een eventuele discussie over de uitbreiding van de wet op de euthanasie gezien de multiple pathologie van onder ander de combinatie van dementie met de ziekte van Parkinson.

De criteria van de Euthanasiewet worden hier duidelijk en flagrant met de voeten getreden wat aanleiding heeft gegeven tot het ontslag van een lid (plaatsvervangend niet-stemgerechtigd lid) van de Commissie (FCEE).Er was blijkbaar ook gevraagd om geen informatie naar buiten toe te verstrekken.

Is deze commissie wel voldoende objectief en neutraal om te kunnen oordelen zonder zich te laten leiden door politieke of filosofische overwegingen of belangen? Waar blijft de factor "evaluatie" ? Wat met de communicatie en de transparantie van haar functioneren?

Blijkbaar is er nog nooit een brede inhoudelijke interne , noch een externe evaluatie gebeurd. En op de 15 jaar dat de wet op euthanasie in voege is, is er maar één geval op de ongeveer 2.000 dossiers doorverwezen naar het parket. In Nederland zijn dat er gemiddeld 10 per jaar.

Ofwel voeren onze artsen heel correct de euthanasie uit, wat meestal wel het geval zal zijn. Ofwel is er iets mis met de beoordeling van de wettelijke vereisten voor euthanasie, voor zover we kunnen besluiten uit deze casus.

Transparantie

Uit wat we kunnen vermoeden uit de informatie die nu werd meegedeeld, is het klaar en duidelijk dat het parket in deze minstens verder onderzoek had moeten kunnen verrichten.

Het is blijkbaar niet zo moeilijk om enkele leden van de commissie te overtuigen .Eén derde is voldoende, om niet voor doorverwijzing te stemmen, waar in dit specifiek geval er blijkbaar wel een meerderheid vond dat ernstige fouten waren begaan.

Door een spreekverbod of "commissiegeheim" af te spreken kunnen dergelijke mistoestanden rustig toegedekt worden zonder verdere gevolgen.

Delen

De eerste vereiste voordat men ook maar iets verandert , toevoegt of uitbreidt aan de wet euthanasie , is een grondige brede evaluatie ervan.

Het is belangrijk dat praktijkvoerende artsen op de hoogte zouden zijn van de ervaringen van andere artsen die euthanasie uitvoerden. Onder andere over de moeilijkheden die zich voordeden, de eventuele fouten die kunnen gemaakt worden, de administratieve problemen die zich kunnen stellen.

Euthanasie is een heel ernstig ingrijpen van een arts bij het levenseinde van een patiënt en men mag daar niet zomaar aan voorbij gaan. Binnen onze eigen kring wordt er geregeld openlijk maar heel discreet van gedachten gewisseld over bepaalde ervaringen van collega's ter zake.

Er is absoluut meer openheid, meer transparantie en een grondige evaluatie nodig. De erbijhorende conclusies en vaststellingen zouden niet alleen voor de statistieken en de maatschappij, maar ook voor de praktiserende artsen en de opleidende universiteiten van enorm nut kunnen zijn.

Oplossing zoeken

Deze manier van evalueren wekt enorme achterdocht en kan in deze tijd waar men de mond vol heeft over openheid en transparantie niet meer worden getolereerd. Is er inderdaad een ernstig opbod tussen de euthanofiele en de euthanofobe leden van de commissie FCEE zoals het door Dr.Yvo Uyttendale, voormalig ondervoorzitter van de Nationale Raad op een symposium van de Orde werd genoemd?

Waar kan men een oplossing vinden om dergelijke toestanden in de toekomst te vermijden?

De wettelijke criteria van euthanasie zijn fundamenteel en essentieel. Zo is het verzoek door de patiënt zelf een absolute vereiste; idem dito voor het verslag van het onderzoek door de tweede of derde arts dat moet bezorgd worden aan de uitvoerende arts voordat de euthanasie heeft plaatsgegrepen.

Een ander probleem is mijner inziens nog steeds dat de uitvoerende arts niet verplicht is om rekening te houden met het standpunt van deze tweede arts.

Een controle- of toezichtcommissie zoals door Els Van Hoof werd beschreven , een commissie die in Nederland in de wet is ingeschreven, zou reeds een goede eerste aanzet kunnen zijn die verder gaat dan de huidige "evaluatie" en meer garantie in zich houdt op neutraliteit en objectiviteit.

Het quorum van de tweederde vereiste voor de doorverwijzing naar het parket maakt dat de lat hier te hoog ligt . Enkele leden, v.b. zes leden op de zestien, kunnen reeds een verwijzing naar het parket blokkeren. Hier zou een gewone meerderheid heel wat realistischer zijn.

Deontologie

De Orde van artsen kan in deze de invalshoeken van de ingrepen rond het levenseinde op deontologisch vlak omschrijven, waaronder palliatieve sedatie en euthanasie. Een advies terzake dat aansluit bij de bestaande Code van Geneeskundige plichtenleer is hier vast en zeker wenselijk.

De bestaande PGC's, de Provinciale Geneeskundige Commissies, zouden, mits enkele aanpassingen kunnen functioneren als toezichtcommissie. Een nieuw orgaan oprichten is wellicht niet nodig gezien de huidige opdrachten van de PGC deze functie zouden kunnen integreren.

Tot slot, wat hier is gebeurd en in welke vorm en door wie dit bekend is gemaakt, is eigenlijk van ondergeschikt belang.

Wanneer de euthanasie op een dergelijke slordige onwettelijke manier is uitgevoerd, dan is er iets mis met het "evalueren" als de FCEE hier geen doorverwijzing beslist voor dergelijke fouten - tenzij men dit in reële termen kan verantwoorden .

Het excuus als zou het geen echte euthanasie zijn is niet voldoende. Het is immers ook geen echte palliatieve sedatie. Maar wat is het dan wel ? Zoiets afdekken zou niet mogen kunnen.


De eerste vereiste voordat men ook maar iets verandert , toevoegt of uitbreidt aan de wet op euthanasie , is een grondige brede evaluatie ervan. De wet heeft nu reeds een breed maatschappelijk draagvlak maar de zorgvuldigheidscriteria dienen absoluut gerespecteerd en eventueel aangepast.

De (huis)artsen zijn vragende partij voor een evaluatie van de wet en van de ervaringen die er zijn vastgesteld en opgebouwd gedurende de voorbije 15 jaar. De aanmerkingen en bemerkingen hieromtrent zouden de kwaliteit van de levenseindezorg , en de uitvoering van de euthanasie bij de patiënten ten goede komen.

Openheid en transparantie zijn in deze essentieel.