Geert Verrijken
Geert Verrijken
Hoofdredacteur Artsenkrant
analyse

06/04/17 om 11:00 - Bijgewerkt om 14:40

Eight eleven

Als alles goed gaat, organiseert de Franse gemeenschap op 8 september een ingangsexamen voor de geneeskundestudies. Historisch. Hoewel. De recente capriolen van de Franstalige onderwijsminister Marcourt (PS) indachtig, is met twee woorden spreken aangewezen.

Twintig jaar geleden voerde de Vlaamse gemeenschap een toelatingsproef in. Veel tijd ging dus verloren, generaties Vlaamse studenten werden benadeeld. Maar op voorwaarde dat men het nu ernstig meent, kan de Franse gemeenschap ook haar profijt trekken uit de Vlaamse ervaringen.

Alles evolueert. Een jaar geleden leverde de Vlaamse Onderwijsraad op vraag van minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V) een belangwekkend maar wat weggemoffeld advies af over de toelatingsproef. Opmerkelijk is daarbij de voorkeur voor een numerus fixus - in plaats van de huidige numerus clausus. Dat zou het ingangsexamen transparanter maken, stelt de raad. (En wie de slaagcijfers van de afgelopen 20 jaar naast het toegelaten contingent artsen legt, ziet dat de numerus fixus de facto al vrijwel een feit is.)

Delen

Franstalig België doet met het toelatingsexamen wat het wil. Even naar het noorden van het land kijken, zou echter toch geen slechte optie zijn.

Over de omvorming van een examen met een absolute cesuur naar een vergelijkend examen dient naar potentiële deelnemers intensief gecommuniceerd te worden, stelt de adviesraad. Onder meer houdt dit in dat de datum van het enige examen best een jaar op voorhand bekendgemaakt wordt.

Ondersteunende maatregelen voor deelnemers met een taalachterstand dringen zich op. De adviesraad denkt dan aan het gebruik van een woordenboek. En bijkomende corrigerende maatregelen zijn nodig als bepaalde groepen systematisch slecht scoren.

Franstalig België doet in deze materie wat het wil. Even naar het noorden van het land kijken, zou echter toch geen slechte optie zijn.