Diensthoofd mag patiëntendossiers inzien

16/07/18 om 10:55 - Bijgewerkt op 18/07/18 om 11:08

Heeft de arts-diensthoofd inzage in de medische dossiers van de patiënten behandeld in de ziekenhuisdienst waarvoor hij verantwoordelijk is? De nationale raad van de Orde der artsen heeft daarover een advies geformuleerd.

Diensthoofd mag patiëntendossiers inzien

© Wavebreak Media

De inzage in de medische dossiers door het diensthoofd is rechtmatig indien ze nodig is voor de uitoefening van zijn wettelijke verplichtingen en bevoegdheden, luidt het. De finaliteits- en proportionaliteitsbeginselen inzake de verwerking van persoonsgegevens zijn van toepassing.

De arts-diensthoofd is verantwoordelijk voor de goede gang van zaken in zijn dienst, stelt de Orde verder. Hij staat in voor de organisatie en de coördinatie van de medische activiteit in zijn dienst overeenkomstig het medisch reglement. "De beoordeling van de praktijkuitoefening van de medewerkers van het diensthoofd valt niet onder deze bevoegdheid; de gerichte medische audit valt immers onder de bevoegdheid van de hoofdarts van het ziekenhuis. Voor de samenwerking met de hoofdarts van het ziekenhuis bij de uitvoering van de wettelijke opdrachten van deze laatste, kan de inzage in de medische dossiers door de arts-diensthoofd gerechtvaardigd zijn op last en onder toezicht van de hoofdarts.

Vanuit deontologisch oogpunt herinnert de nationale raad aan voorgaande adviezen en aanbevelingen. U vindt die terug op de website van de Orde.

De nationale raad van de Orde der artsen onderzocht verder een vraag aangaande de inzage door een ziekenhuisarts in de persoonsgegevens betreffende zijn gezondheid in zijn patiëntendossier.

"Op basis van de wetsbepalingen aangaande de inzage in de persoonsgegevens betreffende de gezondheid speelt het geen rol of een patiënt zelf een gezondheidszorgberoepsbeoefenaar is die werkzaam is binnen het ziekenhuis: de regels voor de inzage door de patiënt in zijn patiëntendossier zijn dezelfde voor alle patiënten", stelt de Orde.

Indien de zorgverlener die instaat voor de behandeling van de patiënt, zich ervan vergewist dat er geen sprake is van een therapeutische uitzondering en dat de nodige maatregelen genomen werden om de inzage in eventuele persoonlijke aantekeningen en gegevens betreffende derden te vermijden, dient hij een directe elektronische inzage in het patiëntendossier toe te staan.