Geert Verrijken
Geert Verrijken
Hoofdredacteur Artsenkrant
analyse

11/11/16 om 06:00 - Bijgewerkt op 09/11/16 om 13:33

Denemarken

Tal van maatschappelijke trends waaien vanuit de Angelsaksische wereld - al dan niet via een Skandinavisch-Nederlands ommetje - over naar ons land. Met de ziekenhuisaccreditatie is dat niet anders. Het interview met de Deense zorgdirecteur Jens Winther Jensen in Artsenkrant nr. 2471 moet bij ziekenhuisdirecties dan ook een belletje doen rinkelen. Denemarken laat de JCI-accreditering links liggen en bewandelt nieuwe wegen. En dat net op een moment dat de Vlaamse hospitalen zich volop op de borst kloppen met het behalen van JCI- en NIAZ-certificaten.

De Deense argumenten klinken zeer bekend in de oren. Artsen uit het veld halen ze trouwens regelmatig aan om de accreditatie af te schieten. Zo wordt verwezen naar de uitgebreide bureaucratie die gepaard gaat met het accrediteringsproces. Is het sop de kool wel waard? Daarbij komt de onvermijdelijke pendant van 'verstikkende bureaucratie', namelijk tijdsgebrek. De administratieve mallemolen verplicht artsen en verpleegkundigen om patiënten in de kou te laten staan. Ze hebben onvoldoende tijd om te doen waarvoor ze zijn opgeleid en waar ze goed in zijn. Met name: zorg verlenen.

Een element waaraan tal van artsen - en bij uitbreiding de zorgsector - zich blauw ergeren, springt er ook uit in Denemarken. Met name het top down opleggen van soms wereldvreemde regel(tje)s. Dat verwijt gaat tegenwoordig vaak richting Vlaamse regering. Dezer dagen wordt er weliswaar flink geschoten op de federale minister De Block en niet altijd ten onrechte. Eén ding moeten we de liberale excellentie wel nageven: haar ideologie getrouw legt ze niet te veel op. Vrij initiatief krijgt kansen.

Delen

Denemarken laat de JCI-accreditering links liggen net op moment dat de Vlaamse hospitalen zich hiermee op de borst kloppen

Let wel, dit is geen pleidooi tegen JCI, NIAZ of accreditatie in het algemeen. Integendeel, alle Deense ziekenhuizen zijn JCI-geaccrediteerd. Zelf denken, blijft echter erg belangrijk. Processen en procedures die in het buitenland hun nut bewijzen, zijn niet noodzakelijk zonder meer toepasbaar op ons land. Echt klinische evidentie leveren van wat al dan niet werkt in kwaliteitsverbetering, is immers geen sinecure.

Opmerkelijk tot slot is de sterke rol die de patiëntenvereniging speelt in de Deense omslag. Dat zit in de tijdsgeest en ook ons land houdt daarmee best rekening. Doen we trouwens: het Vlaams Patiëntenplatform zit de jongste jaren in de lift.