Dave Allegaert
Dave Allegaert
Expert kwaliteitszorg
Column

02/08/18 om 09:20 - Bijgewerkt om 11:08

De dokter als dealer

Het was een titel die een tijdje geleden de aandacht trok in een weekendeditie van de Nederlandse Volkskrant. Aan de basis lag een kritische reflectie van een Nederlandse huisarts.

De dokter als dealer

© BELGAIMAGE

De huisarts uit Amersfoort had een ontslagbrief ontvangen vanuit het ziekenhuis waar een zestienjarige patiënte van hem was opgenomen. Hij schrikt als hij het medicatieoverzicht in de ontslagbrief leest, er werden 63 pillen oxycodon voorgeschreven. Even vreest de arts dat zijn dossierkennis tekort schiet of dat hij een ernstige diagnose heeft gemist.

Hij belt het meisje thuis op en ze vertelt hem dat haar amandelen werden verwijderd. Als hij voorzichtig naar haar medicatiegebruik informeert, geeft ze aan dat ze die medicatie niet meer inneemt omdat ze er zo draaierig van werd.

De kans op een vergissing in het ziekenhuis waarbij een medicatielijst met de verkeerde patiënt werd meegegeven lijkt de huisarts reëel en hij belt de ORL-arts op. De ORL-arts geeft aan dat er van een vergissing geen sprake is, en dat deze therapie nu eenmaal het protocol is.

Deze casus wordt pas echt interessant wanneer men vervolgens even onderzoek doet naar de ratio van dit protocol. Zorginstellingen worden door inspectie en door de Nederlandse Vereniging Ziekenhuizen beoordeeld op 'pijnscores': hoe minder pijn een patiënt ervaart, hoe beter het ziekenhuis scoort op deze kwaliteitsindicator. Balancing measures in het jargon.

De huisarts, verbouwereerd door de toelichting, gaat op onderzoek in zijn eigen dossiers en voorschrijfgedrag. Hij komt tot de vaststelling dat hij, via herhaalrecepten, jaarlijks 20000 comprimés voorschrijft. Een van zijn patiënten neemt er al 1400 per jaar zonder duidelijke reden. Hij vraagt een collega-huisarts dezelfde oefening te maken, die tot een zelfde conclusie komt.

Delen

Meet en wat je meet zal verbeteren, maar de weg naar verbetering is misschien wel interessanter dan het eindresultaat

Er zijn een aantal vragen te plaatsen bij deze casus. Het opstellen van indicatoren groeit vaak vanuit een bezorgdheid of wil om te verbeteren (de patiënt is pijnvrij), maar kan dus een pervers kantje krijgen wanneer een actor in het verhaal gaandeweg de spelregels gaat veranderen.

Werden, bij het opstellen van deze indicator, voldoende artsen of clinici betrokken? Wanneer men overtuigd is van de noodzaak tot verbeteren is het blind halen van het eindresultaat niet het enige doel!

De casus deed me ongewild ook denken aan een 'best practice' van een ziekenhuis. Men gaf aan dat door het digitaliseren van het time outproces op het operatiekwartier de veiligheid van de chirurgie steeg van een goeie 40 % naar 100%. Fout! Het enige wat deze indicator aangeeft is dat iemand er in geslaagd is elk vakje correct aan te vinken. Kwaliteit op papier, met 0.0 effect als men enkel de registratie maar niet de bevraging uitvoert.

Meet en wat je meet zal verbeteren, maar de weg naar verbetering is misschien wel interessanter dan het eindresultaat. Ik ben ervan overtuigd dat wanneer we focussen op de juiste weg naar verbetering het resultaat wel komt, en vaak een duurzamer bestaan kent. Wanneer we te sterk focussen op het (gewenste) eindresultaat krijgen we vaak een resultaat dat mooi groen kleurt op een boordtabel, indicatorfiche, kwaliteitsmuur of publieke website maar een kort leven beschoren is. Hebben we dan echt aan kwaliteit gewerkt of maken we onszelf (en de anderen) iets wijs?

Ten slotte leren we uit deze casus ook dat huisartsen best wat kritisch naar het ziekenhuis mogen kijken. Ze verdienen wat mij betreft een plaats in het comité ter kwaliteitsverbetering in elk ziekenhuis, al dan niet ter compensatie van de blinde vlekken van de ziekenhuismedewerkers. Vanuit onze kant wijzen we hen graag op de gevaren van het blind valideren van medicatievoorschriften.