Paul Beke
Paul Beke
Gewezen voorzitter Provinciale Raad, gewezen lid Nationale Raad van de Orde der Artsen
Column

21/11/16 om 12:28 - Bijgewerkt om 12:27

Artsen in nood

Op 25 oktober werd te Brussel het project 'Artsen in Nood' boven de doopvont gehouden door de Nationale Raad van de Orde van Artsen in aanwezigheid van Mevr. Maggie De Block, Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

De problematiek van "artsen met problemen" boeit mij reeds meer dan tien jaar, eerst als huisarts en lid van de Provinciale Raad van de Orde, nadien als lid van de Nationale Raad .

We namen deel aan interessante workshops op Europese fora in onder meer Oslo, Barcelona, Dublin, Salzburg, georganiseerd door de EAPH - de Europeen Association for Physician Health. Blijkbaar wordt er in het buitenland al heel wat energie gestopt in de behandeling van dit probleem.

Vandaar dat ik nu heel blij ben met dit initiatief over Artsen in Nood, dat duidelijk een begin is van de aanpak van een belangrijke problematiek van artsen met problemen zoals burn-out, depressie, drugsafhankelijkheid, alcoholisme of chronische ziekten.

De aanzet hiervoor was het ongemakkelijk gevoel dat ik had als lid van de Provinciale Raad van de Orde als een arts met dergelijke problemen waartegen een klacht werd ingediend wegens ongepast functioneren, disciplinair werd vervolgd met een sanctie als gevolg.

Toen al kregen we het soms voor elkaar om een opvolging te plannen waarbij de betrokken arts bewijzen diende voor te leggen dat hij in behandeling was gegaan.

Historiek

In het begin was de houding van de Orde in deze heel afstandelijk, maar gelukkig is hierin een kentering gekomen in de richting van sturing en begeleiding door professionals. Een paar losse initiatieven zagen ondertussen het daglicht doch in wezen veranderde er te weinig en te beperkt.

Uiteindelijk werd in de schoot van het Riziv, met name van de NRKP (de Nationale Raad voor Kwaliteitspromotie) een werkgroep opgericht die zich over de problematiek zou buigen, meer bepaald de problematiek van burn-out, om dit fenomeen in kaart te brengen en te omschrijven.

In 2010 werd een studieopdracht gegeven aan het KCE, het Federale Kenniscentrum, dat vervolgens in 2011 zijn studieresultaten publiceerde met heel aantal bedenkingen en voorstellen. Een Task Force van het RIZIV zou in 2012 het probleem van artsen in nood verder uitdiepen, opentrekken en veralgemenen naar alle hoger vermelde gezondheidsproblemen van artsen zoals eerder opgesomd, en dit naar alle artsen, zowel huisartsen als specialisten.

Delen

Dat een arts ziek wordt of echt in nood verkeert, mag onder collega's geen taboe meer en moet bespreekbaar zijn

Deze task force stierf een stille dood wegens het niet vinden van een aangepaste structuur en van de noodzakelijke financiering.

Een nieuw therapeutisch initiatief D4D, Dokters for Dokters, ontsproot in 2014 in het Antwerpse ongeveer gelijktijdig met het initiatief van de Provinciale Raad van Oost-Vlaanderen "Artsen in Nood" dat nu werd overgenomen door de Nationale Raad als nationaal project en recent officieel werd voorgesteld.

Het nieuwe project.

Dit nieuwe project heeft officieel vorm gekregen dank zij de logistieke steun van de Nationale Raad die instaat voor een goed uitgeruste Website www.artsinnood.be en een meldpunt met telefoon: 0800 23 460.

Elke arts , zijn familie of een collega arts kan dit meldpunt raadplegen als een eerste contact waarbij een vertrouwensarts 24/24 uur bereikbaar zal zijn tijdens de week. Deze vertrouwensarts zal de arts, zijn familie of de contactnemer aanhoren en advies geven inzake een mogelijk therapeutisch traject via een erkende instelling of een erkende specialist.

Uitgebreide informatie hieromtrent is beschikbaar op de website. Dit systeem functioneert, buiten de logistieke steun om, volledig los en onafhankelijk van de Orde van Artsen.

Toch wil ik naast de reeds aangehaalde aanpak het belang van de preventie en van het vroeg detecteren van een probleem benadrukken en toelichten. Voorkomen is nog altijd beter dan genezen.

Preventie van arts in nood

Preventie kan op diverse niveaus gebeuren, rekening houdend met de maatschappelijk gewijzigde cultuur van de gezondheidszorg in ons land.

Zo zou een preventief arbeidsgeneeskundig advies op drie- of vierjaarljjkse basis reeds heel wat problemen kunnen voorkomen. Artsen met problemen moeten uit hun isolement worden gehaald en het feit dat een arts ziek wordt of echt in nood verkeert mag onder collega's geen taboe meer en moet bespreekbaar zijn.

De drempel tot behandeling kan worden verkleind door, m.b.t. de verzekering de wachttijd voor een gewaarborgd inkomen te verminderen van momenteel veelal drie of vier maanden naar één maand, een maand die eventueel kan opgevangen worden door de artsengroepering zelf of door het ziekenhuis waar gewerkt wordt.

Van het allergrootste belang is dat er een evenwicht dient te worden nagestreefd tussen de thuissituatie en de werksituatie, en dit des te meer daar er nu meer dan 50 % vrouwelijke artsen zijn en deze trent nog jaarlijks toeneemt. De arts die 60 à 70 uur per week en 6 dagen per week werkt is definitief voorbij. De vervrouwelijking van het artsencorps heeft gelukkig een betekenisvolle duw gegeven in de huidige evolutie.

Praktijkorganisatie moet veranderen

Verder is de organisatie van de praktijkvoering in de praktijk dringend aan verandering toe wat gelukkig reeds op vele plaatsen het geval is. Zo dient het werken in groepspraktijk of in netwerken te worden gestimuleerd. Dit heeft het voordeel van het creëren van momenten van overleg, van meer vrije tijd, van de mogelijkheid van specialisatie en diversificatie binnen de groep, enzovoort.

Daarmee zal de kwaliteit van de zorg primeren op de kwantiteit wat voor de patiënt uiterst belangrijk is. Het werken op afspraak, het inrichten van een secretariaat en/of het inschakelen van een praktijkassistente of een verpleegkundige kan zo gefaciliteerd worden. Minder administratie, minder werkuren, betere kwaliteit, minder stress, betere optimalisatie van het medisch werk.

In dat kader kan er nagedacht worden of het niet mogelijk is het huidige Impulseofonds aan te passen om een discriminatie tussen huisartsen en specialisten weg te werken.

Momenteel werken de meeste specialisten in instellingen die gefinancierd worden met gelden van de overheid via het VIPA. Daartegenover dienen huisartsen nog steeds zelf in te staan voor hun praktijkinrichting en infrastructuur.

Zou het niet mogelijk zijn dat voor huisartsen die in groep werken het praktijkgebouw en de praktijkinrichting op dezelfde wijze gefinancierd worden als voor de specialisten in ziekenhuizen?

Perfectie

In het kader van de preventie is het van groot belang dat bij de opleiding de universiteiten bij onze jonge artsen een precies en realistisch beeld schetsen van wat ze in de praktijk mogen verwachten.

In deze tijd waarin dokter Google het voor het zeggen heeft, zijn artsen dikwijls gevraagd naar een second opinion. Een nieuw fenomeen waar moderne artsen zeker rekening mee moeten houden.

De Nationale Raad van de Orde staat in voor een goed uitgeruste Website www.artsinnood.be en een meldpunt met telefoon: 0800 23 460.

De Nationale Raad van de Orde staat in voor een goed uitgeruste Website www.artsinnood.be en een meldpunt met telefoon: 0800 23 460. © Arts in Nood

Een ander punt is de vraag naar de perfectie van een arts. Hoe perfect moet een arts zijn en wat is realistisch? Wat mag de patiënt verwachten van zijn arts? Goede communicatie kan dikwijls soelaas brengen in het verwachtingspatroon van de patiënt.

Hoe zit het met de balans tussen draagkracht en belasting bij de uitoefening van het beroep van arts ? Wat met de passie voor het beroep: de bevlogenheid die de tegenpool is van burn-out?

Om deze vragen te beantwoorden zijn bijscholingen en LOK-bijeenkomsten zeker zinvolle momenten voor intern overleg en debatten.

Collega's

Met betrekking tot het vroeg detecteren van een arts in nood kan de artsenkring of de praktijkgroep een zeer belangrijke rol spelen. Een collega die problemen heeft zou aangesproken moeten worden om zijn probleem bespreekbaar te maken onder collega's.

Tevens kan het een taak zijn van de kring om een vervanging te voorzien indien een collega in behandeling gaat en desgevallend een periode arbeidsonbekwaam zou zijn. Een drempelverlaging zal ook in deze een belangrijke gunstige factor zijn.

Het organiseren van weekavondwachten van 19 uur tot 8 uur 's morgens van maandag tot vrijdag door de lokale kring en van weekendwachten in de wachtposten in een breder lokaal niveau door de regionale huisartsenkring zorgt in veel gevallen en op vele plaatsen voor heel wat minder stress en minder workload.

Deze ingeslagen weg moet zeker verder worden bewandeld ter preventie van belastingsproblemen. Minstens de kwaliteit van de zorg zal er wel bij varen en de balans tussen werk en thuis van de arts zal beter in evenwicht worden gehouden.

Organisatie

De artsensyndicaten van hun kant kunnen mee helpen nadenken in de Medicomut om de administratieve last van artsen te rationaliseren en te verminderen door bijvoorbeeld het uniformaliseren en digitaliseren van attesten voor arbeidsonbekwaamheid of het faciliteren en digitaliseren van de documenten voor aanvragen voor terugbetaling.

Zij kunnen belangrijk zijn in het helpen promoten van administratieve hulp, van groepspraktijken, associaties en netwerken, van diversificatie en specialisatie van de activiteiten binnen de groepswerking zoals schoolarts, sportsarts, K&G, Leif-arts , CRA enzovoort.

LOK-groepen hebben de preventieve informatieve taak om bij het organiseren van de bijeenkomsten van hun LOK-groep het thema "Arts in Nood " geregeld, liefst om de drie jaar, op de agenda te plaatsen.

De Nationale Raad van de Orde van artsen zal instaan voor de logistieke en financiële ondersteuning van de werking van de vertrouwensartsen, van het 0800-nummer en van de informatieve website.

Reflectie

Tot slot dient benadrukt dat de 'bevlogenheid' van een arts - de passie en het enthousiasme voor zijn of haar beroep - duidelijk moet worden gesteld tegenover 'burn-out' zijn, het opgebrand zijn. Blijkbaar zijn volgens recente cijfers slechts 16 % van de artsen echt bevlogen in hun werk (zie studie prof. dr. Lode Godderis uit 2012).

Een geregelde interne reflexie over de eigen tevredenheid, de satisfactie, de voldoening van het werk dat men verricht kan reeds heel wat preventieve signalen aangeven en in de aandacht brengen.

Laten we samen het project Arts in nood toejuichen, idem dito met het lokale project D4D, het ondersteunen en promoten overal waar het enigszins kan. Toch lijkt mij nog heel wat werk aan de winkel op het vlak van de preventie op de diverse echelons zoals zopas beschreven.

Een arts heeft het recht om niet perfect te zijn, en moet bij problemen zich kunnen laten verzorgen en laten behandelen. Wellicht is het een illusie dat elke arts een huisarts zou moeten hebben maar het is zeker een aanrader.

Van zijn kant mag een patiënt niet het slachtoffer worden van een slecht functionerende arts, een arts in nood, een arts met problemen. Dat is een probleem voor de volksgezondheid en kan niet . Elke patiënt heeft recht op een gezonde arts, en dan is dit project van Arts in Nood een eerste stap in de goeie richting.