Aanslagen in Brussel: twee jaar later

22/03/18 om 09:50 - Bijgewerkt om 09:50

De terreuraanslagen in Zaventem en Brussel liggen intussen al twee jaar achter ons. De aanpak van zo'n aanval op meerdere plaatsen tegelijk betekende een hele ommezwaai voor de rampenplannen in de ziekenhuizen. Militaire geneeskunde komt daar bij kijken, terwijl het concept van 'damage control surgery' opgeld maakt.

Aanslagen in Brussel: twee jaar later

© Belga Image

Tijdens een symposium van de Franstalige Koninklijke Academie voor Geneeskunde, naar aanleiding van de trieste verjaardag van de aanslagen in ons land, wees dokter Pierre Mols, hoofd van de spoed in het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis, op de uitdagingen voor de medische omkadering in een dergelijke rampsituatie.

De medische interventieplannen structureren in zulke omstandigheden de dringende medische hulp. Vanaf vijf zwaargewonden en de noodzaak om de bevolking te evacueren, kan het rampenplan afgekondigd worden. Traditioneel zijn er dan drie Mug's, vijf ziekenwagens, een medisch directeur plus adjunct en twee logistieke vrachtwagens van het Rode Kruis paraat.

Militaire ziekenwagens

Na een aanslag valt de gewone activiteit uiteraard niet stil. Een stad als Brussel blijft leven, er gebeuren verkeersongevallen en mensen krijgen een hartaanval. De normale spoedgeneeskunde moet kwalitatief hoogstaand blijven. Eventueel kunnen militaire ziekenwagens ingezet worden. Alle ziekenhuizen met een Mug kunnen hun capaciteiten verdubbelen. Op een uur tijd staan er in Brussel zo 16 Mug's paraat.

Van belang is ook dat de ziekenhuizen voldoende bewaakt en beveiligd worden eens het rampenplan wordt afgekondigd - zij vormen immers een doelwit bij uitstek voor terroristen. Alle ziekenhuisdiensten - niet in het minst de apotheken - draaien bovendien op volle toeren. De spoeddiensten worden ontruimd: de echte zieken worden op andere afdelingen opgevangen, mensen met 'kleine kwaaltjes' worden verzocht huiswaarts te keren. Het toegangssas voor ziekenwagens is klaar en verwarmd. De triagearts wacht op de eerste slachtoffers. Er worden er meteen al 200 ingeschreven, zonder naam, voorlopig zijn ze enkel een nummer...

Iedereen heeft zijn checklist en controleert ook de collega's. De verpleegkundig en medisch verantwoordelijken staan bovenaan in de hiërarchie. Opvallend in dat opzicht, vertelt dokter Mols: "Bij de aanslagen in Brussel besliste de verpleegkundig directeur, in zijn functie als adjunct medisch directeur, dat alle transporten van de vooruitgeschoven medische post naar de ziekenhuizen zonder arts zouden verlopen. Het ging gewoon te snel, er kon niet gewacht worden op de artsen. Achteraf bekeken was dit een riskante onderneming. Maar het was de juiste beslissing. Bravo!"

Damage control surgery

Bij terroristische aanslagen wordt damage control surgery toegepast, zegt dokter Vincent Druez, diensthoofd van de afdeling voor brandwonden in het Institut médical de traumatologie et de réadaptation van Charleroi. "De verwondingen bij een aanslag zijn vrij specifiek. De frequentie van dieptewonden is aanzienlijk. Vaak gaan die gepaard met brandwonden of zogenaamde 'blast injuries' door het ontploffingseffect. Als de ontploffing plaatsvindt in een kleine ruimte, zoals een metrostel of een bus, is het effect des te schadelijker. De wonde zo snel mogelijk schoonmaken en sluiten is in dergelijk geval niet de juiste strategie. Bovendien vormen de slachtoffers een heterogene groep met jonge en oude, gezonde en zieke personen. In de militaire geneeskunde daarentegen gaat het om jonge, gezonde mannen."

Damage control surgery bestaat er in die context uit om de ingreep op het moment zelf zo kort mogelijk te houden, en in een later stadium een meer invasieve operatie te plannen. Dat principe werd bij de aanslagen in Parijs en Brussel uitgebreid toegepast, met succes.

(vertaling en bewerking Veerle Caerels)