4,6 miljoen patiënten op spoeddienst

05/08/16 om 14:30 - Bijgewerkt om 15:09

Vorig jaar werden meer dan 4,6 miljoen patiënten opgenomen in de verschillende spoeddiensten in ons land. Dat betekent zo'n 180.000 opnames meer dan het jaar voordien. De details over die medische prestaties doen opnieuw vragen rijzen over de zorgconsumptie - er tekent zich een opvallend fenomeen van 'afterwork' spoedzorg af.

4,6 miljoen patiënten op spoeddienst

Early care and urgency of a patient with symptoms of a stroke, Here neurological examination. © © BURGER/PHANIE

De spoeddiensten van de Belgische ziekenhuizen realiseerden in 2015 4,627 miljoen klinische onderzoeken, of 178.743 interventies meer dan in 2014. Om u een idee te geven van die toename met een goede 4%: het is alsof alle inwoners van Brussel-stad minstens één keer een beroep op de spoed hebben gedaan. Die evolutie bevestigt opnieuw de tendens: het aantal patiëntencontacten gaat sinds 2010 met zo'n 40% de hoogte in - dat zijn 1,31 miljoen bijkomende contacten.

Deze gegevens, uit de audit van het Riziv die Artsenkrant kon inkijken, worden verzameld om het beheer van de ziekteverzekering te beoordelen. Tegelijk werpen ze ook licht op de evolutie van de medische behoeften.

De toename van de totale uitgaven is dan wel jaar na jaar kleiner (+4,2% tot 88,65 miljoen euro, tegenover +5,5% tot 85,11 miljoen tussen 2013 en 2014), sommige gewoonten van patiënten raken steeds meer ingeburgerd, en dat doet vragen rijzen.

Zonder doorverwijzing

Uit het rapport blijkt dat de meeste prestaties overdag werden uitgevoerd door een spoedarts: 2,66 miljoen opnames. Wat meteen grotendeels de globale toename verklaart met 97.025 extra contacten tegenover 2014.

Het lijkt misschien een detail, maar meer dan zeven op de tien bezoeken aan de spoeddienst gebeuren zonder doorverwijzing van de huisarts. Met andere woorden: 1,93 miljoen spontane contacten. Ook hier is sprake van een stijging. Zeker niet al die bezoeken zijn onrechtmatig, maar toch...

Vooral omdat een ander aspect uit het Riziv-rapport in het oog springt. De spoedartsen die in het ziekenhuis van wacht waren, verzorgden 1,16 miljoen gevallen tijdens het weekend en op feestdagen of tussen 21u en 8u 's morgens. Een vierde van de onderzoeken dus (24,97%). Steeds meer mensen hebben blijkbaar de gewoonte aangenomen om naar de spoed te gaan na de kantooruren of in extremis voor ze op vakantie vertrekken. Op vijf jaar tijd is het aantal van die dringende gevallen 's nachts, tijdens het weekend en op feestdagen met 29% toegenomen.

Afterwork zorg

Met 102 ziekenhuizen verdeeld over 198 campussen kent ons land een sterke ziekenhuisconcentratie. En de meeste van die zorginstellingen hebben minstens één spoeddienst. Dat is er dus meer dan één voor 100.000 inwoners. Dat aanbod werkt de vraag in de hand, stellen heel wat partijen: ziekenfondsen, artsen en ambtenaren.

De spoedartsen nemen de zorg voor dat groeiende aantal patiënten overigens niet alleen op. In mindere mate worden ook andere specialisten opgeroepen door de arts van wacht op de spoed. In 2015 werden er 596.122 van die bijkomende onderzoeken uitgevoerd. Vooral door specialisten geaccrediteerd in interne geneeskunde, cardiologie, gastro-enterologie, pneumologie, reumatologie, pediatrie, medische oncologie of geriatrie (258.780 prestaties, tegenover 196.416 in 2011).

Ook hier tekent het fenomeen van 'afterwork' spoedzorg zich steeds sterker af. Het volume zorg dat 's nachts of tijdens het weekend werd verstrekt, is de vijf voorbije jaren zo goed als verdubbeld (+96,86%), van 110.825 in 2010 naar 218.169 interventies vorig jaar.

Ook opmerkelijk is de spoedzorg verstrekt door neurologen, psychiaters of neuropsychiaters. Het ging in 2015 om 77.773 interventies. In de ziekenhuizen is er nochtans heel wat kritiek te horen op de psychiaters, die de spoedarts vaak telefonisch bijstaan, zonder ter plaatse te komen. De honoraria voor de drie voornoemde disciplines zijn alleszins toegenomen van zo'n drie miljoen euro in 2011 (68.516 prestaties) naar 3,39 miljoen vorig jaar.

Dringende psychiatrische zorg voor -18-jarigen ten slotte werd in 2015 aan 239 patiënten toegediend, tegenover 51 in 2013 (er is pas een specifiek nomenclatuurnummer voor deze prestatie sinds 1 maart van dat jaar). Het kostenplaatje loopt op tot 80.595 euro tegenover 16.976 euro twee jaar eerder.